Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
NASCHRIFT.
Het lezen van steinthal's Hxcursus de nominaüvi paHicula,
waarmede ik eerst na het afdrukken van het derde vel kennis
heb gemaakt, heeft mijne zienswijze, betreffende de uitdrukking
der koppeling in de Indo-germaansche talen, eenigermate gewij-
zigd. Tot hiertoe beschouwde ik in navolging van pott, heyse
en andere taalkundigen, den persoonsuitgang van een werkwoord
als den vertegenwoordiger van het onderwerp, en meende daarom
in de aanhechting van dien uitgang achter den stam des werk-
woords eene symbolische voorstelling der koppeling te zien (zie
blz. 39—41). Thans is het mijne overtuiging, dat de persoons-
uitgang niets meer is dan eene verwijzing van het praedicaat
naar het subject, terwijl omgekeerd de uitgang van den nomi-
nativus eene verwijzing is van het subject naar het praedicaat.
De koppeling wordt dus evenmin symbolisch voorgesteld als
door een afzonderlijk woord uitgedrukt; maar zij wordt, zoo
men wil, dubbel aangeduid: vooreerst door den uitgang van
het substantivuin of pronomen en ten tweede door dien van het
verbum, welke wederkeerig naar elkander verwijzen, en den no-
minativus als uitdrukking van een subject en het verbum als
uitdrukking van een praedicaat kenmerken.