Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
145,
subjectief of
objectief Zie blz. 89.
Daar cogitatieve zinnen hunne betrekking tot de werke-
lijkheid onbeslist laten, kan daarbij, wat de beteekenis
aangaat, de onderscheiding van modaliteit niet plaats
hebben.
De verhalende cogitatieve oordeelen, de werkelijke oordee-
len van anderen bevattende, zijn om hunnen vorm. voor
de driederlei onderscheiding vatbaar.
II. Zinnen, die tot het begeervermogen behooren.
De zinnen, die tot het begeervermogen behooren, drukken
gedachten uit, welke niet met de werkelijkheid overeenstemmen,
en tot het begeeren of willen van den spreker in de eene of
andere betrekking staan. Zie blz. 110—111.
Er zijn ook zinnen, die niet in betrekking staan tot het be-
geeren of willen van den spreker, maar die om hunnen vorm
en nog eene andere overeenkomst met uitdrukkingen van het
begeervermogen tot deze soort van zinnen moeten gerekend wor-
den. Zie blz. 131.
^ De betrekkingen tot het begeervermogen zijn driederlei. De
verwezentlijking der gedachte wordt
bf ernstig gewild,
bf slechts gewenscht,
bf niet gewenscht, maar alleen toegestaan. Zie blz. 114.
De zinnen, die tot het begeervermogen behooren, worden met
driederlei bedoeling geuit: bf om door de uiting de verwezent-
lijking der gedachte te veroorzaken of toe te laten; bf alleen
om het gemoed lucht te geven, bf om toe te staan, dat een an-
der de gedachte voor waar erkenne. Vandaar
a. imperatieve of gebiedende zinnen,
b. optatieve of wenschende zinnen,