Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
129,
eerste zijde der koppeijnb.
Be verschillende wijzen, waarop de koppeling het onderwerp
en het gezegde in onderlinge betrekking stelt.
Er zijn twee hoofdwijzen van ^io^'^elen-. verbinden ea. scheiden;
vandaar twee hoofdsoorten van zinnen: positieve en negatieve.
Zie blz. 36—38 en 47.
De verbinding of scheiding geschiedt onvoorwaardelijk of
voorwaardelijk; vandaar categorische en hypothetische zinnen.
Zie blz. 68 en 69.
De verbinding of scheiding betreft bf het onderwerp en het
gezegde in hunnen geheelen omvang, bf slechts een hunner deelen
met uitsluiting der overige; vandaar conjunctieve en disjunctieve
zinnen. Zie blz. 69—71.
tweede zijde der koppeling.
Be gedachte beschouwd als eene vrije werking vati den geest.
Eene gedaciite wordt door den geest verschillend beschouwd
en met verschillende bedoelingen geuit.
Eene gedachte wordt door den spreker geuit bf als een op
zich zelf staand geheel, bf als een deel eener andere gedachte ;
vandaar hoofd- en bijzinnen.
Een hoofdzin bevat, met zijne bijzinnen te zamen genomen, de
eigentlijke gedachte, die de spreker wil uiten. Zie blz. 54 en 55.
Een bijzin bevat eene gedachte, die de spreker als van on-
dergeschikt belang beschouwt, en als deel eener andere ge-
dachte voorstelt. Zie blz. 56.
De aard van den hoofdzin bepaalt de soort, waartoe de ge-
heele volzin behoort. Zie blz. 54 en 55.