Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
108,
genoemd. Wordt een wensch in den subjunctivus niet soms met
veel grootere levendigheid en opgewondenheid geuit, dan een
bevel of verzoek in den imperativus? Zou b. v. eene dame niet
doorgaans veel bedaarder tot haren buurman aan tafel zeggen:
Och, Mijnheer, heb de goedheid en sta eens even op,
gij zit op mijne japon, dan iemand, die hevig schrikt: God
beware ons! loat is dat?, of het volk bij den plechtigen in-
tocht van eenen vorst Leve de koning roept?
De twijfel en verwarring van den onbedreven lezer moet ook
in een ander opzicht vermeerderd worden, wanneer hij op blz.
40 zinnen, in den vorm van oordeelen, die n zedelijke noodza-
kelijkheid uitdrukken, onder de uitdrukkingen van den wil
vermeld vindt, b. v.: nMen moet mij wel verstaan; Hij moet
ndat laten; Gij moet zivijgen" De leerling, wien het vroeger
zeker wel niet zonder inspanning gelukt is, zich een denkbeeld
te vormen van assertorische oordeelen, die moreele noodzake-
lijkheid te kennen geven, ziet hier op het onverwachtst zijn
met moeite opgetrokken gebouw in puin storten. Wij vragen,
of zulks niet uitnemend geschikt is om jeugdige verstanden
geheel te ontmoedigen, het vertrouwen op eigen doorzicht te
vernietigen, en allen lust tot nadenken uit te dooven?
Uit een en ander moet, dunkt mij, duidelijk genoeg gebleken
zijn, dat eene onderscheiding der zinnen in uitdrukkingen van
het denk-, gevoel en begeervermogen op de wijze, als de heer
EOOEDA haar voorstelt, geheel op losse schroeven staat en tot
tallooze inconsequentiën leidt. De onderscheiding moet dus bf
op andere grondslagen gevestigd, bf voor onmogelijk, ten
minste voor nutteloos verklaard worden. — Zoo hopeloos is
het evenwel nog niet gesteld. Wij gelooven zelfs, dat het even
gemakkelijk als noodzakelijk is de uitdrukkingen, die tot het
begeervermogen te brengen zijn, van de andere te onderschei-
den, mits men slechts het ware beginsel, waarop de soort-
verdeeling der zinnen berusten moet, in het oog blijft houden.