Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
106,
//een uitroep of toeroep dikwijls de uitdrukking is van een
nverlangen, begeerte of ioensch\ en dat een toeroep menigmaal
// zelfs de beteekenis heeft van een gebod of bevel, b. v. als men
n stil! of stilte! roept." Hoe men zeggen kan , dat eene vraag
//een verlangen of begeerte uitdrukt", begrijpen wij volstrekt
niet. Eene vraag is wel de uitwerking van de begeerte om
iets te weten, maar niet de uitdrukking daarvan. De volgorde
der woorden duidt aan, dat de zin geen oordeel maar eene
vraag is, waaruit terstond volgt, dat de spreker een antwoord
verlangt, doch dit verlangen zelf is iets, dat buiten of achter
de vraag ligt, en met geen enkel woord uitgedrukt wordt;
en alleen de uitgedrukte gedachte, niet die, welke daaruit bij ge-
volgtrekking kan opgemaakt worden, maakt het voorwerp van
beschouwing voor de Logische Analyse uit. Zou de bepaling:
// een zin is de uitdrukking van den zin van iemands gedachten",
hier niet weder hare booze parten spelen? Uit hetgeen volgt
schijnt men te moeten opmaken, dat de heer egorda de wa^re«,
uitroepingen en toeroepingen, niettegenstaande zij//uitingen zijn
van een verlangen of begeerte, van een gebod of bevel", toch
niet tot de uitdrukkingen van het begeervermogen rekent; maar
waarom zulks niet behoort te geschieden, blijft min of meer
een raadsel: // In onderscheiding van een vraag, uitroep of
n toeroep is die wijze van uitdrukking, die men de gebiedende,
n wensehende, biddende, toelatende of verbiedende, of ook voor-
n stellende wijze van spreken noemt, of zoo noemen kan, de
//uitdrukking — niet van een onzeker oï weifelend ver stand,
//noch ook van een bewogen of driftig gemoed, maar — van
//een bepaalden wiV De //bepaalde wiV maakt dus voor den
heer roorda het onderscheidende kenmerk der uitdrukkingen
van het begeervermogen uit; doch men gevoelt, dat dit kenmerk
willekeurig gekozen is en de gansche onderscheiding hoogst
onzeker maakt. Waarom zou een bevel of verbod, wanneer het
in ijver of toorn, en eene bede of een verzoek, als het met