Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
105,
ugedraald! Nu beter opgepast"! enz., en vervolgens nader
bepaald; // Met zulk een toeroep geeft men gewoonlijk op een
)/ nadruhhelijke en levendige wijze, en met eenige gemoedsbe-
»weging, zijn begeerte of verlangen aan iemand te kennen; of
'/het is een bedreiging of waarschuwing. Nooit een toeroep,
'/evenmin als een uitroep, een bedaard en eenvoudig zeggen
//of sprehen" De heer roorda schijnt derhalve het wezen of
kenmerk "der uitdrukkingen van hei g ew aar wor ding sv er-
umogen', bevreemdend genoeg, te stellen in den nadruk en è,e
levendigheid, waarmede eene uitdrukking wordt uitgesproken,
en niet, wat men met recht verwachten zou, "in den zin der
gedachte"; anders zou hij uitdrukkingen van eene n begeerte',
of een // verlanget" en toeroepingen als // Aan den bah! Eten.'"
waarbij het gemoed zeer goed buiten het spel kan blijven en
zeker ook wel blijft, zoo men niet uitgehongerd is, niet tot de
uitdrukkingen van het gewaarwordings-vermogen, wznheigevoel
of gemoed, maar tot die van het begeervermogen brengen.
Van blz. 37 tot 44 behandelt Schrijver de uitdrukkingen
van den wil, en brengt er in de eerste plaats toe: »al die on-
'/ derscheidene wijzen van uitdrukking van den zin der gedachten,
"die men met onderscheidene benamingen de gebiedende, beve-
n lende, wenschende, biddende oi toelatende {imperative, jussive,
H Optative, precative of eoncessive) en in negative zinjien de
Iß verbiedende {vetative) wijze van spreken noemt." Vervolgens
ook die wijze van uitdrukking, waaraan hij den naam van
voorstellende {propositive') wijze van spreken geeft, en welke
gebruikt wordt, "wanneer men bf zich zelf, bf een ander, bf
"cen ander met zich, iets, dat men voorneemt of verlangt dat
//geschieden zal, voorstelt te doen, b. v.: Laat ik mij eerst
ngoed bedenken! Laat mij dat eens zien! Laten wij ons daaraan
I/niet storen!" em. Vervolgens merkt de heer roorda aan, dat
ook vragen "een verlangen of begeerte'' uitdrukken; dat "ook