Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
100,
dan kunnen wi] ons zonder gevaar een algemeen overzicht gun-
nen. Houden wij ons altijd aan hetgeen Dr. steinthal zich
tot regel gesteld heeft: //ld potissimum est consilium nostrum
//quum linguas comparemus, non ut similia cognoscamus, sed
//dissimilia, non ut confundamus, permisceamus, sed ut dis-
//tinguamus, discernamus. Illud enim hebetis videtur esse in-
// genii." //Dit is bij het vergelijken van talen ons doel, niet om
//overeenkomsten maar om verschillen te leeren kennen, niet om
//te verwarren en ondereen te mengen, maar om te onderschei-
//den en te schiften. Het eerste toch schijnt het werk te zijn
//van een stomp verstand." H. sti^^'ïila.i. de pronomine relativo,
pag. 7.
Maar om terug te komen op den Indicativus en den Cogi-
tativus, het onderscheid tusschen beide is blijkbaar wederom
op eene verscheidenheid van den derden actus in de gedachte-
vorming gegrond, daar zij een verschil in de betrekking van
de gedachte tot den denkenden geest uitdrukt; wat nu echter
bij den heer roorda volgt, is van geheel anderen aard en heeft
met de koppeling volstrekt niets te maken. De soortverdeeling, die
nu behandeld wordt, is gegrond op den inhoud van het gezegde
en de daaruit voortvloeijende verhouding van het gezegde tot het
onderwerp. De heer roorda onderscheidt namelijk^ de zinnen in
drie soorten: subjectieve, objectieve en subjectief-objectieve. In
de subjectieve drukt het gezegde eenen toestand of eene
werking van het onderwerp uit, en is dus het onderwerp van
den zin het metaphysische subject van hetgeen in het gezegde
wordt uitgedrukt, b. v.: De mensch heeft gewaarwordingen,
denkt, begeert, eet, drinkt enz. In de objectieve ziimen
drukt het gezegde eene werking uit, door een ander wezen dan
het onderwerp van den zin verricht, terwijl dit onderwerp tot
die werking in de betrekking staat van metaphysisch object,
b. v.: De aarde wordt door de zon verlicht en verwarmd. In
de subjectief-obj ectieve zinnen drukt het gezegde eene werking