Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
93,
n leen maar voor den geest teruggeroepene, omstandig heden ;h\]
//voorbeeld: Gister wandelde ik naar den Haag, en zag
n daar iemand aan den weg liggen, die zich hield, alsof enz"
Zoodanige //verledene", dat wil onzes inziens zeggen: werkelijk
gebeurde, zaken worden derhalve uitgesproken als iets, //dat
//niet werkelijk in de werkelijkheid plaats heeft, of afge-
// loopen of te verwachten is." De heer hoorda moge zelf zijne
definitie kunnen doen rijmen, wij zien er geene kans toe.
Zooveel echter blijkt uit alles duidelijk genoeg, dat hij de uit-
drukking van gebeurde zaken, evenzeer als die van willekeurige,
niet met de werkelijkheid overeenstemmende gedachten, tot den
Cogitativus brengt.
Wij kunnen ons om meer dan eene reden met die beschou-
wingswijze niet vereenigen, en brengen tot den Indicatief alle
zinnen, die gedachten sooïüeWenal?, op de werkeUjkheidgegrond;
derhalve alle uitdrukkingen van iets, dat in werkelijkheid plaats
heeft, had, zal of kan hebben, dus ook vermeldingen van iets,
dat gebeurd is; en wel omdat de voorstelling daarvan, even-
zeer als die van iets tegenwoordigs, door de werkelijkheid is
gegeven. Wij brengen daarentegen tot den Cogitativus de zin-
nen, die gedachten voorstellen als niet door de werkelijkheid
gegeven. Doorgaans komen zoodanige uitdrukkingen dan ook
niet met de werkelijkheid overeen, maar zijn zij er het om-
gekeerde van: Ik zou wandelen, indien het niet regen-
de; waarin opgesloten ligt: Ik wandel niet, en Het regent
wel. Het is echter niet noodzakelijk, dat cogitatieve zinnen
het omgekeerde der werkelijkheid zijn; het is genoeg, dat do
werkelijkheid niet in aanmerking genomen wordt. Als ik zeg:
Al had hij mij den dood gedreigd, ik zou het niet gezegd
hebben, dan heeft het zeggen inderdaad niet plaats gehad;
de laatste zin komt dus wel met de werkelijkheid overeen. De
uitdrukking staat echter evenwel in den cogitativus, omdat men
niet als feit heeft willen vermelden, dat men iets niet gezegd heeft.