Boekgegevens
Titel: De logische analyse
Deel: 1 Beschouwingen naar aanleiding van Prof. T. Roorda's rede-ontleding of logische analyse der taal
Auteur: Winkel, L.A. te; Roorda, T.
Uitgave: Zutphen: Willem Thieme, 1858
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: NO 09-1109
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205178
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De logische analyse
Vorige scan Volgende scanScanned page
91,
tot den Indicalivtis:
liet Praesens, het P erf eet torn en het Futurum;
Ik spreek. Ik heb gesproken. Ik zal spreken;
tot den Cogitativus:
het Imperfect., het Plusquamperf. en het Conditionel;
Ik sprak. Ik had gesproken. Ik zou spreken.
Van de zoogenoemde-Zi'««^«ra exacta of de tweede toe-
komende tijden: Ik zal gesproken hebben,Ik zou gespro-
ken hebben, wordt geene melding gemaakt. De tweede toekomende
tijd: Ik zal gesproken hebben, komt wel is waar weinig voor; daar
men in plaats van dien vorm , die altijd iets stijfs heeft, doorgaans
den volmaakt verleden tijd bezigt, b. v.: Als ik dit af-
geschreven heb, ga ik uit; voor: Als ik dit afgeschre-
ven zal hebben, ga ik uit of zal ik uitgaan; in alle derge-
lijke gevallen blijkt uit den voorafgaanden of volgenden hoofd-
zin duidelijk genoeg, dat men van iets toekomstigs spreekt. In
op zich zelve staande hoofdzinnen echter, b. v. in vragen, als:
Wanneer zult gij dit afg es chreven hebben? Z al hij
het boek over eene week uitg elezen hebben? kan men den
zoogenoemden tweeden toekomenden tijd niet door den volmaakt
verleden doen vervangen. Die tijdvorm is en blijft dus onmis-
baar.
Nog minder vatten wij, waarom de heer roorda den ande-
ren tijdvorm: Ik zou gesproken hebben, met stilzwijgen voorbij-
gaat. Zeker is het, dat wij dezen nog minder kunnen ontbe-
ren; en Schrijver zelf brengt op blz. 25 een voorbeeld bij ,
waarin hij voorkomt: n Gisteren zou ik hem reeds geschre-
nven hebben, maar ik had geen postpapier"
Het onderscheid tusschen den Indicativus en den Cogitativus
wordt door den heer roorda, blz. 23, aldus opgegeven://terwijl
//door èm Indicatief dat plaats heeft, wordt voorgesteld als
n werkelijk in de werkelijkheid plaats hebbend, of afgeloopen, of
//te verwachten; is de Cogitatief een wijze van uitdrukking, waar-