Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 78 ■)
waren onmiddelijke uitvloeisels van de algemeene
school-wet van den 3<len April 1806.
Deze algemeene en bijzondere wetten en regle-
menten waren, met en benevens de inrigtingen,
welke daarbij verordend waren, ten 'tijde onzer in-
lijving in Frankrijk, in volkomene werking, met
uitzondering alleen van de bepalingen op het stuk
der school-fondsen, althans voor die departementen,
alwaar deze bepalingen eerst later werden vastge-
steld.
Het verloop, hetwelk, door de invoering van een
geheel vreemd bestuur, in alle 's Lands zaken kwam,
moest ook hier stremming en stilstand veroorzaken,
zoodat voor de meesten der toen Hollandsche de-
partementen wel de reglementen voor de school-
fondsen aanwezig waren, maar zonder nog in wer-
king gekomen te zijn ; terwijl al verder, voor die
departementen, welke reeds vroeger van Holland
werden afgescheiden, in het geheel geene zoodanige
ontworpen of gearresteerd werden.
Er was maar één hoofdbelang van het lager
schoolwezen , waarin, gedurende de Fransche over-
heersching, in den gang der schoolzaken, eene ge-
wigtige verandering onvermijdelijk was, te weten ,
de benoeming en aanstelling van school-onderwij-
zers. De wetten der universiteit bragten mede,
dat deze, bij uitsluiting, door den grootmeester
derzelve universiteit geschiedden. Echter was men
gelukkig genoeg, om dezen algemeenen maatregel,
naar de hier bestaande verordeningen op dat stuk,
gewijzigd , en zoodanig eene cynosure daarop inge-
voerd te krijgen, waarbij het, onder eene goede
regeling en handhaving der gemaakte bepalingen,
alleen de meeste verdiensten en de meeste be-
kwaamheid waren, welke beslisten , aan wien de
openstaande plaats zoude worden toegewezen, zoo-
dat , eigenlijk gezegd, de grootmeester niet anders