Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 65 ■)
in de Huishoudelijke Schoolreglementen zal
worden bepaald.
2°. Op expresse bijeenroeping, het zij van den
Secretaris van Staat voor de Binnenlandsche
Zaken , het zij van het Departementaal Be-
stuur, welk ieder alsdan voor zich zeiven
in de kosten op eene redelijke wijze zal
voorzien.
3®. Wanneer de Leden onderling zulk eene
buitengewone zamenkomst noodig of raad-
zaam oordeelen , mits alsdan op hunne bij-
zondere kosten.
Art. 20. Alle de Leden der Commissiën van
Onderwijs zijn verpligt deze Vergaderingen (Art.
18 en 19) bij te wonen, en kunnen zich daar van
om geene andere redenen verschonen, dan die
door de volstrekte noodzakelijkheid worden gewettigd.
Art. 21. De Leden der Vergadering nemen bij
tourbeurten den post van Voorzitter en Secretaris
waar, des echter dat deze ook aan één hunner
voor längeren tijd kan worden opgedragen, mits
zulks geschiede met deszelfs volkomen bewilliging.
Art, 22. In geval eene Commissie mögt ver-
langen eenen vasten Secretaris buiten hare Leden,
zal zij daar van de voordragt doen aan het De-
partementaal Bestuur, en dezelve zijne aanstelling
van den Raadpensionaris ontvangen, zullende ech -
ter, uit dezen hoofde, geene verhooging mogen
gevorderd worden van de globale som , aan elke
Commissie toegelegd.
Art. 23. De gewone en buitengewone Vergade-
ringen zullen niet eerder scheiden, dan na dat
alle de bezigheden, aan dezelve opgedragen, en
welke afdoening vorderen, behoorlijk zijn ten ein-
de geloopen.
Art. 24. Elk der Leden van de Commissiën