Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 56 ■)
of Huisonderwijzer verkregen hebben, zullen in
den hun toegewezen Rang en Ifoedanigheid, als
mede in den graad hunner bekwaamheid, door
middel der Bijdragen lot den slaat en verbetering
van het Schoolwezen, telkens aan het Publiek
worden bekend gemaakt, met bijvoeging van den
weg, langs welken zij de Algemeene Toelating ver-
kregen. Hiervan zijn echter uitgezonderd de zoo-
genaamde Schoolmatressen of Houderessen van klei-
ne Kinderschooltjes.
Art. 25. Zij , die de Algemeene Toelating als
Onderwijzer, van welke soort of rang ook, ver-
kregen hebben , blijven desniettemin, zoo dikwerf
dit gevorderd wordt, onderworpen aan het onder-
gaan van een nader of tweede Examen , bij het
staan naar eene Speciale Beroeping, Aanstelling of
Admissie (Art. 17 der Wet), het zij voor de Plaat-
selijke Schoolcommissie, het zij voor zoodanige
Collegien of Personen, als daar toe door degenen,
die hel regl van Beroeping, Aanstelling of Admis-
sie bezitten of oefenen, zouden mogen zijn of
worden gequalificeerd.
Art. 26. Hetgeen voor de afteleggen Examens
(Artikel 2 , 3 en 4) behoort te worden voldaan , zal
tij de Departementale (Artikel 20 der Wet) en Ste-
delijke (Art. 10 van het Regl.) Schoolreglementen
Avorden bepaald , in dier voege echter:
1®. Dat daarbij eene opklimming in de somma ,
voor eiken verkregen Rang van Schoolon-
derwijzer te voldoen , worde in acht geno-
men , als mede eene behoorlijke evenredig-
heid tusschen hetgeen van de onderscheiden
Rangen der Schoolonderwijzers, en van de
Schoolhouderessen en Huisonderwijzers ge-
vorderd wordt.
2®. Dat hij , die, bij het verkrijgen van een la-
geren Rang als Schoolonderwijzer , de daar-