Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 98 ■)
bekwaam' persoon, daartoe door dezen,
met toestemming van den eigenaar der heer-
lijkheid , te benoemen.
h. Van deze aanstelling zal, door de gemeente-
besturen of eigenaren der heerlijkheden , da-
delijk worden kennis gegeven aan den school-
opziener van het distriktvermogende ech-
ter de aldus aangestelde met de waarneming
van zijnen post niet aan te vangen , vóór en
aleer hij zich met de bewijsstukken, tot zijne
beroeping en aanstelling betrekkelijk, bij
denze ven in persoon of schriftelijk vervoegd
hebbe. ■
Art. 6. In kleinere gemeenten of gehuchten,
die kerkelijk onder eene andere gemeente behoo-
ren , en alwaar deswege aan het school-onderwij-
zersambt geen voorlezerspost kan worden toe-
gevoegd , zal de vervulling eener opengevallene
openbare school - onderwijzersplaats geschieden,
conform het bepaalde in het vorige artikel met
uitsluiting van hetgeen daar, ten aanzien van
den kerkenraad, is bepaald geworden, alsmede
met dien verstande, dat hier zal mogen worden
afgegaan van de bepalingen art. 5, h. betreffende
de aankondiging in de nieuwspapieren, doch niet
dan met onderling overleg van het gemeentebestuur
of den eigenaar der heerlijkheid en den school-
opziener.
Art. 7. De beroeping en aanstelling der bij-
zondere schoolonderwijzers van. de eerste klasse,
verblijft geheel en al aan de kollegien en personen,
tot welke die scholen de naaste betrekking hebben,
met in achtneming van de bepalingen der algemeene
wet,, welke hierop .toepasselijk .zijn jiizullende de
schoolopziener van . het distrikt, of dei plaatselijke
schoolcommissie, waar zoodanig eene besjaat, daar-
toe aangezocht wordende , zich niet vermogen te