Boekgegevens
Titel: Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Auteur: Hinloopen Labberton, Dirk van
Uitgave: Gouda: G.B. van Goor, 1841
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: 672 K 70
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205038
Onderwerp: Recht: bestuursrecht: overige
Trefwoord: 1800-1850, Lager onderwijs, Nederland, Wetteksten (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Verzameling van stukken betreffende de regeling van het lager schoolwezen, sedert den jare 1801
Vorige scan Volgende scanScanned page
( 94 ■)
Art. 2. Ten einde het bestaan der openbare
school-onderwijzers, behoudens het hoofdoogmerJf
hunner bestemming, en zonder dat dezelve daar-
door verhinderd worden in de waarneming van
hunnen post, zoo veel mogelijk , te beneficeren :
a. Zullen zij in de steden, kleine steden en
alomme ten platten lande, het voorlezers-,
voorzangers- en kostersambt mogen beklee-
den, ten welken einde de kerkenraden en
alle andere besturen en personen, aan wie
de begeving dezer bediening competeert,
wordt aanbevolen de genoemde school-onder-
wijzers, die daartoe de vereischte bekwaam-
heden bezitten , tot de voorzegde bedieningen
bij voorkeur aan te stellen;
b. Zullen zij , in de kleine steden en ten plat-
ten lande, voor zoo verre zij thans de col-
lecte van 's Lands gemeene middelen hebben,
deze mogen behouden tot tijd en wijle dat,
door eene eventuële en evenredige vermeer-
dering van hun inkomen als school-onder-
wijzer, het afscheiden dezer beide bedienin-
gen zonder onbillijkheid kan worden tot
stand gebragt ;
c. Blijft hun vrijgelaten en toegestaan, om het
landmetersambt te bekleeden, en voorts alle
andere kunsten en wetenschappen te beoefe-
nen , die tot uitbreiding van hunne kennis
in de waarneming van hunne schooldienst
zouden kunnen bevorderlijk zijn.
Art. 3. Daarentegen wordt aan de openbare
school-onderwijzers verboden, om eenige der voor-
zegde collecten buiten hunne standplaats waar te
nemen, op hunnen eigen naam , of dien van an-
deren , hetzij naastbestaande, of bij hen inwonende
personen , herberg te houden of gelagen te zetten,
en in het algemeen eenig bedrijf te oefenen, waar-