Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
29°. (9Ä«2 — 10C® + 14«0 + (8®3_ 6® lOrf) + (B®2 — 4,rf)
+ (3®3 + 2Ä®2 + 6® — 1
30O. (2fl3 _ 3O3Ä 4- 4<oé2 _ 6«3) 4- ßa^ -f Sai^ + + (Sa? —
— 6o2Ä —9aÄ2).
Bepaal nog de som van de volgende vormen :
31°. 7® —6y+52 + 3, —x — By — 8, ——3Ï—1,
— 2®+3y + 32 —1, ® + 8y —5J + 9, 2®—7«, 3y —42—6,
2® —3J + 7, 4y —6.
32°. + (a—i)®S—Ä^yä, aV + Ä®y—
— 2a6f, (3a — Ä)®^ + (2a -+- 3«)®y — Sa«/, (2« — A)®^ +
+ (a2+Ä->2, 5®2—«®y+6y2, 5a®2—6%, (9a+3i)®2+
+ 3Ä®y—54/.
330. —4aÄ3 + 9iÄS ß^aSA —2^a2S2 —
340. Za®^ —3Ä®?y''+Bcy'», (4B + Ä)®? — (Bc-f-3)y™, 35®P —
— laxP — eby' + Zèxiy", (2a —Ä)®?y"—6y» 45®P—16cy«.
§ 21. Wanneer men in de algebra twee getallen of vormen van
elkander moet aftrekken, plaatst men ze slechts naast elkander
met het teeken — tusschen beide, zoodanig dat het getal of de
vorm waarvan afgetrokken moet worden vóór dit teeken kome te
staan; alzoo beteekent dan 6—5, a—6, het verschil van 6 en
5, van a en b. Zijn nu de grootheden ongelijksoortig, dan kan
haar verschil niet eenvoudiger worden voorgesteld; zijn zij daar-
entegen gelijksoortig dan kan men het verschil der coëfficiënten
nemen en achter dit verschil de gelijksoortige grootheid schrijven,
even als zulks bij de optelling geschiedt. Alzoo is
4a—2a = 2a
want men heeft van 4-maal a af te trekken 2.maal a; het ver-
schil is dus 2a.
Om dezelfde reden is:
ax — bx = (a — b)x
want a-maal de grootheid ® moet verminderd worden met Ä-maal
die grootheid, men houdt dus over (a—5)-maal die grootheid;
men plaatst daarom a — b tusschen haakjes, dewijl anders de
factor ® alleen zou behooren bij b en niet bij o — b.