Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
27
termen in de tweede kolom is 9®-y, die van de negatieve termen
deze beide aftrekkende komt er voor de geheele som
+ hx^y; de som van de positieve termen in de derde kolom is
lOiy^ en die van de negatieve ISxy^, deze van elkander aftrek-
kende komt er voor de geheele som —Sxy^; in de vierde kolom
is de som der positieve en der negatieve termen elk zoodat,
de rest O zijnde, de geheele som van deze kolom O is.
Trekken wij nu alles samen wat wij over de optelling gezegd
hebben, dan komen wij tot dezen regel:
Men plaatse de op te tellen vormen zoodanig onder elkander,
dat de gelijksoortige termen in dezelfde kolom komen te staan;
neme in elke kolom afzonderlijk de som van de termen die +,
en van die welke — voor zich hebben; trekke deze beide sommen
van elkander af en plaatse voor de rest het teeken van de grootste
der beide sommen; al deze gedeeltelijke sommen plaatse men
daarna ieder met haar eigen teeken op de plaats voor de geheele
som bestemd.
Men kan de op te tellen vormen ook naast elkander plaatsen
met het teeken voor de optelling tusschen beide en dan de ge-
lijksoortige termen vereenigen door bovenstaanden regel.
voorstellen.
Wat is de som van de vormen in ieder der volgende voorstel-
len gegeven:
24°. 2a—3«+5c, 4o—25—6c, 6a+9i, 2«+3c, ha—b—c,
o+2i—3c, 4a—5ê+6c, 9a—7c, 5i+10c, 12a—3M-7c.
25°. abx+acy — acz, a^x-{-b^z, c^y — a^z, 4,ax —
202! —3ay+6a2, Tbx—Uz, a^x — b^y-\-éz,
26°. (2a*—3a3|i + 7io2i2_9aé3 + 2i«> en
2^a3i — — U*)x.
27°. a{x^-iry^) — b{x^—y^) + c{x—yf, U{x^-\-y^)—{ia—b)
y') + (8a — c){x—yf, U{x^ + u{x'^—y^)—^a{x—y)^,
(3a — 6«)(ar2 + y^) -f 2ê(»2 _y2) — (6a — b)(x —yf.
Vereenvoudig de volgende vormen:
A 28°, (4aa;3 — Ux^ -f- hcx — 6rf) -f (hax^ — 2bx) + (2aa;2 édx)
+ (7to3_2x2).