Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
19
herhaling.
1°. Wat zijn coëfficiënten van elic der vormen: a; 2»; 4i; 8cd?
2°. Insgelijks van d% vormen : aary, aéxy, cdxy, , ITry?
3°. Nog van de vormen:
(ö —
4°. Wat zijn de exponenten in de vormen, a; x^-, aV; a^x^-,
aPxi-, (a + «)2;
5°. Uit hoeveel eenvoudige factoren bestaan de vormen: x^y^-,
éde^i (a — bf-, 4:{a~{-bf(x — yf-, Sa^yV?
6°. Wat zijn de coëfficiënten en wat de exponenten in de vormen :
a; 15a243; l7aV; 25«2«; %p — q)-, pix — yfi
an{x — yf-, n{x—yf^
7°. Schrijf eens 6 gelijknamige even machten, 4 gelijknamige
oneven machten en 10 ongelijknamige machten.
8°. Zijn de volgende vormen gelijknamig: {x — y)^, (x^—y®)^;
a + 6% a^ — b\ x^, aH^, x'^y^ ; zoo niet, welke zijn er dan gelijk-
namig onder?
9°. Hoe kunnen de getallen —10, —3, - 60, —2a,
ontstaan zijn?
10°. Wat is meer —10 of +10, — a of + o, —19 of+ 6?
11°. Waarom duidt men de negatieve getallen door het teeken
der aftrekking aan?
12». Wanneer «—^ = —10 is, welke van beide getallen a; ofy
is dan het grootste en waaraan is dan y — x gelijk?
13°. Schrijf eens 3 eentermige, 3 tweetermige, 3 zestermige
en 3 tientermige vormen.
14°. Uit hoeveel termen bestaat ieder der onderstaande vormen:
15°. Schrijf eens 3 gelijkslachtige vormen op.
X 16». Herleid den onderstaanden vorm op verschillende wijzen
tot een drie- en viertermigen vorm:
2®3y2 + + ixy* + 6»^ + + Ixy^z.
17°. Verklaar de beteekenis van de vormen:
a. {a — b)x+ey—{a-\-b)xy, b. [ab + {a — b)xJa-\-b)-,