Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
I Weriandsch Schoolmuseum i
1
17
f !liöS8B2fa8lil B, de Ftiüsedßst ,j
ai^c^ — a^^c + _ aH^e aW — abf+a^ic^
naar de opklimmende machten van a rangsctiicïcen(ïï^n lou men'~ ' ' ~
verkrijgen:
— abê + aPe^ o?bé — aH'^c — + aHc^.
De drie termen waarin de eerste macht van a voorkomt vormen
de drie eerste termen, terwijl deze op zich zelf weder gerang-
schikt zijn volgens de opklimmende machten van b\ deze orde
heeft men verder ook in acht genomen bij de drie termen met a^.
Eangschikt men den gegeven vorm naar de afdalende machten
van a, dan zal men hebben:
aHc^ — aHh — a^c^ -f- ab^c+ab^c- — abé.
Men zal wel inzien dat men even goed de letter i of c als
rangletter zou kunnen nemen.
Komen in een vorm eerste en laatste letters van het alphabet
voor, dan kiest men gewoonlijk een der laatste als rangletter.
vooestellen.
23°. Rangschik naar de afdalende machten van x den vorm:
— 9®+16.
24°. Insgelijks den vorm:
25°. Eangschik den vorm in voorst: 24. naar de opklimmende
machten van y.
26°. Eangschik eerst naar a, dan naar J, en dan naar c,
den vorm:
a6^2c5 _ 4a2^5c5 Tab'^é— + iaH^c^ — QaH^é-i- iaW—
Gewoonlijk evenwel rangschikt men zoodanig naar de opklim-
mende of afdalende machten van een zelfde letter, dat de exponent
van deze letter in eiken volgenden term één eenheid grooter of
kleiner is, dan in den voorgaanden term, zoodat dezelfde macht
van de rangletter slechts in een enkelen term voorkomt. Zie
hierover § 56.
§ 15. In de volgende §§ zal worden aangetoond hoe de som-
men en verschillen, de producten, quotiënten, machten en wortels
van algebraïsche vormen ontwikkeld en tot andere, eenvoudiger
gedaanten gebracht, dat is, herleid kunnen worden. Men zegt
2