Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
termen gelijk 41, en die der middelste gelijk 34 is, welke is
dan die evenredigheid ?
47°. "Van een andere evenredigheid staat de tweede tot den
derden term, als 5 tot 9. Indien nu de tweede term 8 eenheden
grooter is dan de eerste, en het verschil van de termen van de
tweede reden 24 bedraagt, vraagt men deze evenredigheid te
bepalen ?
48'. Drie getallen te vinden, van welke het tweede 6 meer
is dan het eerste, en het derde gelijk aan de halve som der
twee eerste, onder die bepaling, dat het vierkant van het tweede
getal 126 meer zij dan het product van het eerste en derde
getal.
49°. Drie getallen te vinden, welke in de vormen 4x4-3,
6ir+l en 9x+7 begrepen zijn, onder die bepaling, dat het
product van hel eerste en derde getal 579 meer zij dan de
tweede macht van het tweede.
50°. Deel het getal a in twee zulke deelen, dat het verschil
van hunne tweede machten aan het verdeelde getal gelijk zij.
51°. Welk getal heeft de eigenschap, dat als men het bij ^
optelt, deze som in ^ deelt en van dit quotiënt ^ aftrekt er ^
tot rest komt?
52°. Wanneer de som van een vierde van het grootste en van
een derde van het kleinste der deelen, waarin het getal 208
verdeeld is, 4 minder is, dan viermaal het verschil der deelen,
vraagt men welke die deelen zijn.
53*. Zoek een getal, zoodanig dat, wanneer men bij hetzelve
de getallen a, 4- en c optelt, de sommen een gedurige evenre-
digheid uitmaken.
54°. Hoe groot moet een getal genomen worden, opdat, wan-
neer men van hetzelve, in volgorde de gegeven getallen a, 4 en
e aftrekt, de verschillen een harmonische evenredigheid uitmaken?
55°. Er is een gebroken, welks noemer een volkomen vierkant
is, en waarvan de teller 14 minder bedraagt dan de noemer; zoo
men nu bevindt, dat bet door den vierkantswortel uit den noemer
verkleinbaar is, en de teller der verkleinde breuk twee minder
is dan haar noemer, zoo vraagt men dit gebroken te bepalen.
56°i Een ander gebroken te vinden, welks teller en noemer in