Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
neer men van hetzelve de getallen 36, 76 en 100 afzonderlijk
aftrekt, de verschillen in volgorde genomen, harmonisch evenre-
dig zijn.
30°. Zoek een getal zoodanig, dat, wanneer men de helft van
hetzelve, vermenigvuldigt met de som van het dubbel van dit
getal en 17, en daarna dit product met de tweede macht van
het gevraagde getal vermindert, het verschil, dat men alsdan
verkrijgt, 23 meer zij dan het achtvoud van hetzelve.
31°. Twee getallen te vinden, die in de vormen 7a;+3 en
9a;+2 begrepen zijn, onder die bepaling, dat een derde van het
eerste getal één meer zij, dan een vierde van het tweede.
32°. Van welke twee getallen, die in de vormen a;2+5a;—9 en
—17 begrepen zijn, is het verschil gelijk aan 232?
33°. Twee getallen, in de vormen 13a;+7 en llx+l begre-
pen zijnde, te vinden, welker verschil acht malen in hunne som
begrepen zij.
34°. Welk getal kan zoodanig in twee deelen verdeeld worden,
dat vooreerst het verschil der deelen gelijk zij aan een zesde
van het verdeelde getal, en dat ten andere een derde van het
grootste deel twee minder zij dan de helft van het kleinste?
NB. Op twee wijzen oplossen.
35°. Van een zekere som guldens wordt uitgegeven, eerst hon-
derd gulden minder dan een vijfde van die som; daarna van het-
geen men heeft overgehouden een vierde gedeelte en vijf en ze-
ventig gulden. Bijaldien men nu, na deze laatste uitgave, vier-
maal zooveel guldens heeft overgehouden, als de eerste uitgave
bedraagt, vraagt faen, hoe groot die som geweest is ?
36°. Iemand reist van de stad A naar de stad B. Op den eer-
sten dag twee mijlen minder dan een vierde van den afstand
dezer beide steden; op den tweeden dag drie mijlen minder dan
tweemaal een zevende van dien; afstand, en de volgende dagen
drie mijlen meer dan de halve awtand dezer steden. Indien hij nu
het doel zijner reis bereikt heeft, vraagt men hoeveel mijlen deze
steden van elkander verwijderd zijn ?
37°. Iemand geeft van zekere som guldens uit, een derde ge-
deelte met nog een derde van een gulden; van de guldens die
hij overhoudt, geeft hij nogmaals een derde gedeelte met nog een