Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
18°. Zoek een getal, dat tot een ander getal hetwelk 15 meer
is, in reden staat als 4 tot 6.
19°. Zoek een getal zoodanig, dat als men het met 14 vermeer-
dert en met 4 vermindert, de som staat tot het verschil als 3 : 2.
20». Zoo men bij de helft van een getal 6 voegt en van het
derde deel van het getal één aftrekt, staat de som tot de rest als
7 tot 3. Welk is dit getal?
21°. Zoo men twee getallen, die in reden zijn als 9: 13, ver-
meerdert met 37 en de sommen alsdan in reden zijn als 25 : 32,
vraagt men naar de twee getallen.
22». Indien men het eerste van twee getallen, die in reden zijn
als 7 tot 11, met 23 vermindert en het tweede met 11 vermeer-
dert, staat de rest tot de som als 6 tot 11. Welke zijn die ge-
tallen ?
23". Wanneer de som van drie getallen, die in reden zijn als
9, 11 en 13, bedraagt 429, welke zijn dan die getallen?
24°. Indien van twee getallen, welke 7 minder dan een vierde
deel van het kleinste verschillen, de som 281 is, hoeveel is dan
elk getal?
25°. Wanneer men 2x1, 5x69, 2xxS, x3a;2 samentelt en van de
som 82x7 aftrekt, blijft er x25x over. Wat is het onbekende cijfer?
26°. Indien van twee getallen het eerste 5 en het tweede 6
minder ware, dan zou het eerste een zesvoud en het tweede een
elfvoud van hetzelfde getal zijn. Bijaldien nu een vijfde van het
eerste getal, te zamen genomen met een negende van het tweede,
gelijk is aan het halve verschil dezer getallen, zoo vraagt men,
welke die getallen zijn.
27°. Er zijn drie vaten, J, B en C, van welke het eerste 24
liter meer inhoud heeft dan het tweede, en het tweede twee-
maal zooveel inhoudt als het derde; bijaldien nu een derde van
den inhoud van het tweede vat met een vierde van dien van het
derde, één liter meer is dan een derde van den inhoud van het
eerste vat, vraagt men naar den inhoud van ieder vat.
28°. Een getal te vinden, bij hetwelk de getallen 7, 9, 18,
en 23 opgeteld zijnde, de sommen, in volgorde genomen, een
welgeordende evenredigheid uitmaken.
29°. Een ander getal te vinden, onder die bepaling, dat wan-
\