Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
180
zelve zooveel minder, ala drievierde van dit getal meer dan 102
bedraagt?
8°. Indien men bij een vierde deel van een getal, dat met 10
verminderd is, de helft van hetzelve optelt, dan is de som gelijk
aan een derde van dit getal, nadat men er 15 bij opgeteld heeft.
Men vraagt naar dit getal.
9°. Een getal te vinden onder die bepaling, dat, wanneer men
bij de helft van hetzelve de eenheid optelt, een derde van de
som gelijk zij aan het vijfde deel van een getal, dat drie minder
is dan het gezochte?
10°. Wanneer men van een getal, dat 3 meer is dan het
zevenvoud van een ander getal, twee derde en één vijfde deel te
zamen voegt, dan is deze som zoo veel eenheden minder dan
het getal zelf, als het getal zeven begrepen is op een getal, dat
drie minder is dan het gezochte. Men vraagt dit getal te bepalen.
11°. Van welk getal is de kubuswortel a-maal in zijn vierkants-
wortel begrepen?
12°. Zoo het verschil van twee vierkanten, welker wortels twin-
tig verschillen, 1840 bedraagt, welke zijn dan die getallen?
13°. Wanneer men zeker getal van de getallen 39 en 73 af-
trekt, en dan bevonden wordt, dat ^ van het eerste verschil, te
zamen genomen met van het tweede, het gedachte getal weder
voortbrengt, vraagt men welk dit getal is?
14°. Bijaldien men bij de helft van een getal 7 optelt, en ^
van de som met één vermindert, dan is het verschil gelijk aan
^ van dit getal en één. Welk is dit getal?
15°. Indien men bij eenig getal afzonderlijk de getallen drie en
vijf optelt, en dan bevonden wordt, dat ^ de eerste som,
met ^ van de tweede, juist gelijk is aan van het verschil, dat
verkregen wordt, wanneer men het gevraagde getal van 64 aftrekt,
welk is dan dit getal?
16°. Indien de helft van een getal min één tot een derde van het-
zelve plus één in reden staat, als vier tot drie, welk is dan dit getal?
17°. Van drie op elkander volgende geheele getallen is de helft
van het eerste, twee derde van het tweede, en drie vierde van het
derde te zamen, 130 minder dan de som dezer getallen; welke
zijn die getallen?