Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
177
negatief zijn; uit den positieven toestand van / volgt, dat de
ontmoeting plaats heeft na het oogenblik dat de lichamen zich
gelijktijdig in ^ en 5 hebben bevonden, terwijl het positief zijn
van V en het negatief zijn van ic aantoont, dat deze ontmoeting
plaats heeft ter rechterzijde van J en ter Linkerzijde van dus
tusschen A en B, hetgeen alles uit den aard der zaak duidelijk
is. Verder ziet men uit:
3i = a—n{p + q),
dat X of de afstand, dien de beide lichamen na verloop van n
seconden van elkander zullen hebben positief of negatief, zal zijn,
naar gelang
n(p+g)<a of n(p-i-g)>a
dat is, naar gelang
a
IS,

of «>-
daar
P+9
p-hi p-hq
den tijd voorstelt, die tot de ontmoeting noodig
is, blijkt het dat Q zich ter rechterzijde van P zal bevinden, zoo
lang de ontmoeting niet heeft plaats gehad, doch dat na de ont-
moeting Q zich ter linkerzijde van P bevindt.
Het zij den leerling overgelaten meer andere voorwaarden in te
voeren; als bijv.:
1°. Dat beide lichamen zich van elkander af bewegen, met
gelijke of ongelijke snelheden.
2°. Dat een der beide lichamen in rust is, en het andere zich
verwijdert of het nadert.
3°. Op welken afstand zij van elkander verwijderd zullen zijn
« seconden vóór dat zij \n A en B gekomen zijn.
§ 139. In het voorgaande vraagstuk hebben wij gezien dat de
afstand, dien de beide lichamen van elkander hadden, positief
bleef, zoolang zij elkander niet hadden ontmoet; op het oogen-
blik der ontmoeting was die afstand O, terwijl hij daarna nega-
tief werd.
Het is dan ook duidelijk dat een positief getal steeds afnemende
eindelijk O moet worden, en nu zou men lichtelyk besluiten dat,
bij verdere afneming, dit getal negatief zal worden. Dit is echter
niet altijd het geval, zooals blijkt uit de volgende vergelijking:
12