Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
Daar nu in het tweede geval de aftrekking weder in tegen-
gestelden zin van het eerste geval heeft plaats gehad, kan verlies
als een negatieve grootheid worden beschouwd, indien men winst
als een positieve aanmerkt en omgekeerd.
Wil men de verandering bepalen die de stand van het kwik
in een thermometer op twee verschillende tijdstippen heeft onder-
gaan, dan vergelijkt men de twee standen met elkander; is dan
de stand van het kwik op het tweede tijdstip hooger dan op het
eerste dan heeft er rijzing plaats gehad; is daarentegen de stand
van het kwik op het tweede tijdstip lager dan op het eerste
dan is het kwik gedaald. Het verschil in stand wordt uitgedrukt
in graden, die van beneden naar boven worden geteld. Men
heeft dus:
graden op het 2« tijdstip — graden op het 1« tijdstip = grad. rijzing
......1« » — .. .. 2® » = » daling.
In ■ het tweede geval heeft de aftrekking weder in tegengestel-
den zin plaats van het eerste geval; beschouwt men dus rijzing
als een positieve grootheid, dan kan men daling als een nega-
tieve beschouwen en omgekeerd.
a X B
-!-^-^ Fig. 1.
X O B
--^--^ Fig. 2.
Den afstand OX, Fig. 1 , kan men beschouwen als den af-
stand OB verminderd met den afstand XB, men heeft dus
0X= OB — BX.
Zoo lang nu, Fig. 1, 5Xkleinerdan 05 blijft, zal het punt Z ter
rechterzijde van O vallen. Wordt BX—OB dan wordtOZ = 0,
en het punt X ligt alsdan in O. Wordt, Fig. 2, BX grooter dan
OB dan valt het punt X ter linkerzijde van O, terwijl alsdan
01— BX—OB
is. De aftrekking heeft dus in het tweede geval weder plaats in
tegengestelden zin van het eerste geval; merkt men dus den af-
stand van een punt X ter rechterzijde van een punt O als een
positieve grootheid aan, dan is de afstand van een punt X ter lin-
kerzijde van dat zelfde punt O, een negatieve grootheid en omgekeerd.