Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
INHOUD. V
Bladz.
\ 77. Waarin die bestaat . . ..........92.
Voorsteilen...............94.
Vetvenroudigeng van de producten en quolienten van aU
gfbraïsche breuken.........^ . . . 95,
§ 78. Het product te bepalen van een breuk en een gehee-
len vorm...............95.
§ 79. Het quotiënt te bepalen van een breuk en een gehee-
len vorm ...............95.
§ 80. De deeling van breuken het omgekeerde van de ver-
menigvuldiging..............96.
Voorstellen...............97.
§ 81. Regel voor de vermenigvuldiging van twee breuken. . 97.
§ 82. Hoe men het product van gemengde vormen bepaalt. 98,
§ 83. Regel voor de deeling van twee breuken.....99.
§ 84. Herleidinsr van samengestelde breuken tot eenvoudige. 100.
§ 86. Het gedurig product van eenige breuken te bepalen . 103.
Voorstellen...............102.
Oofr de machisverheßrtg van geheele en gebroken vormen. 104.-
§ 87. Wat men door een macht verstaat......104.
§ 88. Hoe men machten van eentermige vormen op nieuw
tot een macht verheft...........105.
§ 89. Over het teeken der machten........105.
§ 90. Regel voor de machtsverhetfing aan eentermige vormen . 106.
§ 91. Regel voor de machtsverhetiing van breuken . . . 106.
Voorstellen...............107.
§ 92. Machtsverheffing van veeltermige vormen.....Iü7.
§ 93. Bijzonderheden voorkomende in de verschillende mach-
ten van {a±b).............108.
§ 94. Middel om den coëfficiënt van een willekeurige macht
van («ihÄ) te bepalen...........109.
§ 95. Hoe men den coëfficiënt van eiken term kan afleiden
nit den voorgaanden term.........111.
§ 96. Uit de coëfficiënten van zekere macht, die van de
daarop volgende macht af te leiden......111.
§ 97. Voorbeelden..............113.
Voorstellen...............114.