Boekgegevens
Titel: Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Auteur: Vries, B.L.
Uitgave: Nieuwediep: J.C. de Buisonjé, 1875-1882
3e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: P.B. 2528 : 3e dr. (dl. I)
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_205001
Onderwerp: Wiskunde: algebra: algemeen
Trefwoord: Algebra, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Algebraïsche cursus ten gebruike van de adelborsten aan het Koninklijk Instituut voor de Marine te Willemsoord
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
48°. Wat is de som van de volgende vormen :
_ 6a;3 + 3?2) — 1ab{a^ — aS + b^)
BxSy) -j- 23;3y3(3;j2 _ 5J2)
] <iaH{a — %b) — 2x3^3(232 _ 3^3).
49°. Trek den vorm: %x~y[^%ax — 2by)-ir'laxy{bx — %y) af van den
vorm 6aa;3y _ %x"-y{Uy — lOaA) — ^axy'^.
50°. Ontbind in vier factoren den vorm: —(a;2_|_y2 —
51°. Wat zijn de vier eerste en de vier laatste termen van het
quotient: (y'" —l):(y — 1)?
52°. Is xt—yf altijd deelbaar door x+y, en zoo ja, wat zijn
dan de vier eerste en de vier laatste termen van het quotient ?
58°. Wanneer is a''-i-è'' deelbaar door a + A?
54°. Schrijf nogmaals zonder haakjes den vorm:
|2a;[3a®(5aa! — + ISaA^xyS] —
l()abx\9by^—18axy)l^.
65°. Wat is het quotient van : z^—l gedeeld door
en van a«—gedeeld door +
56°. Indien a een geheel getal is, door welk getal is dan a(a—1)(«+1)
deelbaar?
57°. Ontwikkel de volgende quotiënten tot in 6 termen:
1 1 a J^ 2 _ 2
x—1' x+i' 2—®' l—x^'
58°. Ontwikkel het product van:
(_ a + A + c4- d){a b-\-c — d)(a-{-b —c+d){a—b-\-c+d).
59°. Ontwikkel het product van: (® + aXa; + A)(iB-(-®) bepaal
door dit product, de producten van: -f" + 3),
(a;+2;(a;_3)(a; + 4) en (y_2Xy + 3)(y - 6),
60°. Zoudt gij uit de ontwikkeling van : {x-\-a)ix+b){x-\-c)(x-ird)
ook een regel kunnen afleiden, om het produet van vier
zulke factoren zonder vermenigvuldiging te bepalen?
61°. Vereenvoudig den vorm: 2a;(3;2_y2)+3(a;3—y3)_4(a;—
-l-(a;—— y"), indien men de termen als gelijksoortig
beschouwt ten opzichte van x — y.
62°. Insgelijks den vorm : (2a+«)=(2a-A)'-f-
+(8a3+A3)(2a—A)—(4a2—«2)2, de termen als gelijksoortig
beschouwende ten opzichte van 4a2—b^.