Boekgegevens
Titel: Leer- en leesboek der algemeene geschiedenis
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Kannegieser, Otto; Huberts, W.J.A.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1865 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 671 C 66,67
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204978
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leer- en leesboek der algemeene geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
202 NIEUWE GESCHIEDENIS. AFD. III.
§ 139. jozef ii. frederik ii in den laatsten tijd
zijner regering.
Op keizer Frans I (| 1765) was zijn zoon Jozef II gevolgd-
Hij trachtte de keizerlijke macht, die slechts in schijn bestond,
daar de Duitsche vorsten allen hunne eigene belangen trachtten
te bevorderen, te verhoogen en den ellendigen toestand van
het Duitsehe rijk, dat eenheid miste, te verbeteren. Toen hij
na den dood van den keurvorst van Beijeren aanspraak maakte
op diens bezittingen en deze met Oostenrijk wilde vereenigen,
verzette Frederik II zich tegen hem, en liet een leger in Bohe-
men binnenrukken. Dit had den Beijerschen successiekrijg ten
gevolge (1778-—1779), waarin echter zeer weinig in het open
veld ondernomen werd. Bij den vrede van Teschen verkreeg de
graaf van de Palz Beijeren, Oostenrijk het land aan de Inn
en Braunau, en Pruissen de erfopvolging in de markgraafschap-
pen Anspach en Bayreuth. Toen Jozef II later eene tweede po-
ging in het werk stelde om Beijeren met zijne staten te ver-
eenigen, stichtte Frederik II den vorstenbond (1785), opdat Oos-
tenrijk niet zoo machtig worden zou.
Jozef II (1765—1790) beproefde onderscheidene nieuwighe-
den in zijne staten in te voeren, zooals godsdienstige verdraag-
zaamheid , opheffing van vele kloosters, opheffing der lijfeigen-
schap, enz., maar hij ondervond geene dankbaarheid daarvoor
bij zijne tijdgenoten. In de Oostenrijksche Nederlanden en in
Hongarije leden zijne plannen schipbreuk, om de verschillende
volken, welke aan den Oostenrijkschen schepter onderworpen
waren, en die elk hunne eigene rechten en instellingen hadden,
naar de zelfde wet te regeren en tot ééne natie zamen te smel-
ten. Jozefs broeder Leopold II (1790—1792) herstelde de oude
wetten.
Frederik II, de Groote bijgenaamd, bevorderde, na het ein-
digen zijner oorlogen, de welvaart van zijn rijk door landbouw
en nijverheid ; hij betrachtte, om de inkomsten te vermeerderen,
groote spaarzaamheid in zijne huishouding van staat, vereen-
voudigde de rechtspleging, en wijdde zijne grootste zorg aan
het leger. Hij regeerde zelf zonder gunstelingen of invloedrijke
ministers, was onvermoeid werkzaam, zocht van alles zelfken-
nis te nemen en diende zijn land tot zijn' dood toe met bewon-
derenswaardige zelfopoffering. Hij stierf op zijn landgoed Sans-