Boekgegevens
Titel: Leer- en leesboek der algemeene geschiedenis
Serie: Van Druten & Bleekers goedkope bibliotheek voor alle standen, of verzameling van nuttige werken over allerlei vakken van wetenschap door de beste der hedendaagse schrijvers,
Auteur: Kannegieser, Otto; Huberts, W.J.A.
Uitgave: Sneek: Van Druten & Bleeker, ca. 1865 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 671 C 66,67
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204978
Onderwerp: Geschiedenis: algemene wereldgeschiedenis; geschiedenis van grote gebiedsdelen, bevolkingsgroepen en beschavingsgebieden: algemeen
Trefwoord: Wereldgeschiedenis, Leermiddelen (vorm)
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Leer- en leesboek der algemeene geschiedenis
Vorige scan Volgende scanScanned page
232 NIEUWE GESCHIEDENIS. AFD. III.
ons onoverwinnelijkheid aan het wankelen. Toen Eugene Beau-
harnais het Fransche leger kwam versterken, trokken de Fran-
schen gelukkig over den Donau, en Napoleon noodzaakte den
aartshertog Karei na den bloedigen slag bij Wagram tot den te-
rugtocht (5 en 6 Julij). Alhoewel de Fransche legers niet zulk
een overwicht meer hadden als vroeger, sloot Oostenrijk toch
den wapenstilstand van Znaym (12 Julij), en op den 14den Oc-
tober den vrede te Schönbrunn. Oostenrijk verloor daarbij meer
dan 2000 vierkante mijlen van zijn grondgebied, dat bij Beijeren
gevoegd werd. De hier wonende Tyrolers stonden tegen de Beije-
ren en Franschen op, om voor „hunnen goeden keizer Frans" te
strijden. Andreas Hofer, herbergier in het Passeijerdal, een
braaf man vol godsdienstijver en gloeijende vaderlandsliefde, stond
aan hun hoofd. Ook was Speckbacher een hunner aanvoerders.
Zij namen Innsbruck, streden gelukkig en zetten den strijd ook
nog na den wapenstilstand van Znaym voort, totdat zij door den
vrede van Weenen en het vermeerderde aantal hunner vijanden
genoodzaakt waren terug te trekken. Innsbruck viel weder in
de macht der Beijeren. Hofer, die zieh in de rotsen verborgen
hield, werd gegrepen en op bevel van Eugène Beauharnais te
Mantua doodgeschoten (18 Febr. 1810).
In Noord-Duitschland, waar men om bevrijding van het Fran-
sche juk zuchtte, werden eenige dwaze en ondoordachte pogin-
gen aangewend om zich daarvan te ontdoen. (De Tugendbund).
De majoor von Schill beproefde met zijne vrijschare de vreemde
dwingelandij te fnuiken. Hij verliet met zijne huzaren Berlijn,
doch moest naar Straalsund wijken, van waar hij zich naar En-
geland wilde inschepen. Maar bij de bestorming der stad viel
hij met de meesten zijner wapenbroeders onder het zwaard der
Deensche en Hollandsche troepen. De hertog Willem van Bruns-
wijk, die met zijne „Zwarte bende" den Oostenrijkers hulp had
verleend, sloeg zich na het sluiten van den vrede met ongeloo-
felijken moed door 's vijands land en legers heen, bereikte de
Noordzee en scheepte zich naar Engeland in.
In ditzelfde jaar (1809) beproefden de Engelschen ook een in-
val op het eiland Walcheren, om van daar naar Antwerpen door
te dringen, en er de groote dokken en werven, welke Napo-
leon er had laten aanleggen, te vernielen. Door het dralen der
aanvoerders, maar meer nog door de Zeeuwsche koortsen, mis-
lukte die tocht geheel en al.