Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
76.
welken tijd van den dag gaat de zon op? — gaat zij onder?
Wanneer is het donker (duister) op de aarde? Wanneer is
het licht ? Waar staat de zon des morgens ? — op den
middag?— 's avonds? Wanneer staat de zon in het Noorden?
Wanneer in het Zuiden? Wanneer in het Westen? Wan-
neer in het Oosten? Hoe laat is het nu? Hoe laat gaat
de zon nu onder ? Hoe laat gaat de zon morgen op ?
Welk jaargetijde is het nu? In welk jaargetijde schijnt de
zon zeer fel? In welk jaargetijde vriest het dikwijls? In
welk jaargetijde sneeuwt het dikwijls? Op welken tijd van
den dag ziet men de sterren? Op welken tijd van den dag
staat gij op?— gaat gij naar bed? Op welken tijd van den
dag eet gij? Hoe laat is het middag? Hoe laat is het
middernacht? In welk jaargetijde is het St. Nicolaasfeest?
Wat doet de zon? Welke dag is het van daag?
51. Het Tarwebrood.
(Van Lummel. reeks. N». 18.)
Daar ligt een tarwebrood. Het is niet gescheurd.
Het heeft twee korsten: eene bovenkorst en eene onder-
korst. De onderkorst is geel en de bovenkorst is bruin.
Beide korsten zijn hard, maar de eerste korst is niet zoo
hard als de laatste. Tusschen de korsten zit het kruim.
Dit is zacht en wit. Men neemt het brood in de linker-
hand en een mes in de regterhand. Men snijdt het brood
met het mes. Men snijdt boterhammen. Dan vallen er
kruimels van het brood. Men smeert boter op de boter-
hammen. Men eet de boterhammen op. Het brood is
eene spijs. Hoeveel kost wel een heel tarwebrood? — een
halfje tarwebrood? — Het tarwebrood is van tarwemeel.
Het tarwemeel komt van de tarwe. De boer zaait, maait
en dorscht de tarwe. De molenaar maalt de tarwe. De
bakker built de gemalen tarwe. Hij maakt deeg. Hij maakt
brooden van het deeg, en bakt ze in den oven.
OEFENINGEN.
1. Beschrijf het roggebrood op dezelfde plaat!
2. Wie? Wat? een heel brood, een halfje brood,