Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page


Het Bestuur der Inrigting voor Doofstommen-onder-
wijs heeft niet geaarzeld, om, op voorstel van den Hoofd-
onderxü'ijzev r>. iiirsch, hare magtiging te verleenen tot de
uitgave eener lloLlandsche omwerking van hill's LEES-
EN TAALOEFENINGEN VOOR DOOFSTOMME KINDEREN,
Bij de overtuiging dat er moeijelijk op dit veld iets
beters en degelijkers te verkrijgen en zeifs te verwachten is,
dan de uitstekende handleidingen^ die wij aan den schran-
deren en ijverigen Nestor der hedendaagsche Daitsche school
voor Doofstommen-onderwijs zijn verschuldigd, begreep men
bij ons teregt, dat het ijdelheid wezen zoa, daarvan, om
redenen van zelfstandigheid 0/ nationaliteit, af te wijkeyi, en
dat het bovendien ondankbaar en onkiesch zou mogen heeten,
zoo men de noodzakelijke veranderingen, waardoor eene
Hollandsche omwerking, uit den aard der zaak, in menig
opzigt van het oorspronkelijke verschillen moet, al te hoog
wilde opvijzelen en er eene aanleiding in zocht om het ge-
heel als een eigen werk, als een Nederlandsch product, de
wereld te doen intreden.
Liever wilde men openlijk en ruiterlijk met erkentelijk-
heid blijven gebruik maken van hill's voortrefelij ken
arbeid, die reeds bij zoo menig doof stomme, ook onder ons,
de eerste zaden van kennis en beschaving in den kinder-
lijken geest hee/t gestrooid.
Liever wilde men 's mans naam op het titelblad ver^
melden, niet als een schild of een masker , maar als een
blijk der ongeveinsde hoogachting en bewondering, waarmede
men ook in den vreemde zijne verdienste weet te schatten; —
met de hoop tevens dat de Nederlandsche omwerking, hoe
groot ook de wijzigingen zijn, die ze zich hier en daar om
ligt verklaarbare redenen veroorloven moest, niet onwaardig