Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
60.
zitten in de kersen. Ik eet ze (hen) niet, maar ik gooi
ze (hen) weg. Iedere kers heeft eenen steel. De steel is
lang en dun. De kersen zijn vruchten. Noem andere
vruchten! Zij groeijen aan boomen; deze heeten kerse-
boomen. Zijn er nu kersen aan de boomen? — 's Winters
zijn er geene kersen aan de boomen, maar 's zomers wel.
In de lente zijn er bloesems aan de boomen. Eerst bloe-
sems, dan kersen. De kersen zijn eerst groen, dan rood;
zij worden rood, — eerst hard, dan zacht; zij worden
zacht; —eerst onrijp, dan rijp; zij worden rijp. De lieve
God laat de kersen groeijen. Er zijn zoete kersen en
zure kersen. Dat zijn tweederlei kersen. Eet gij gaarne
zure kersen? Onrijpe kersen mag ik niet eten. Waar-
om niet ? — De kersepit, de kerseboom, de kersetaart. Hebt
gij al kersetaart gegeten?
OEFENINGEN.
1. Wie? Wat? Hoe? Wat doet? Wat voor
een? Wat voor?
Hoevelerlei? eenerlei, tweederlei, driederlei, vierder-
lei , enz. velerlei, geenerlei , allerlei.
Tweederlei kersen, namelijk: zure en zoete kersen.
Noem driederlei taarten ! — vierderlei boomen ! Hoevelerlei
taarten hebt gij al gegeten ?
37. De Bessen.
(Van Lummel. 1"" reeks. Plaat 17.)
Daar zie ik eenen tros aalbessen. Er zijn driederlei
aalbessen, namelijk: roode aalbessen, zwarte aalbessen en
witte aalbessen. Dat zijn roode aalbessen. Ik zie op de
plaat ook drie aardbeijen (bessen). Aalbessen en aardbeijen;
dat zijn tweederlei bessen. Er zijn nog andere bessen ,
namelijk: kruisbessen, vlierbessen, druiven, enz. Welke
bessen zien er groen uit? De kruisbessen zien er groen
uit. Welke bessen smaken zuur ? — smaken zoet ? —
Welke bessen zijn rond? — zijn ovaal? — Welke
bessen groeijen in den tuin ? — groeijen langs den weg? —
Welke bessen hebt gij al gegeten? — Ik weet, dat de