Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
58.
Wanneer, eerst, dan, nu, 's zomers, 's winters, enz.
eerst klein , dan —
eerst groen, dan —
eerst wit, dan —
eerst leelijk, dan —
eerst onrijp, dan —
Wat voor een appel? — een rijpe appel — een
onrijpe appel; een gele appel — een groene ap pel; een
groote appel — een kleine appel; een goede appel — een
slechte appel.
Wat voor appelen? rijpe appelen —onrijpe appe-
len ; gele appelen — groene appelen; groote appelen; goede
appelen.
3. Vragen. Wat is dat? Wat voor een appel is
dat? Hoe ziet hij er uit? Hoe heeft hij er vroeger uit-
gezien? Wat heeft de appel? Hoe zien de pitten er wel
uit? Wanneer hangen er appelen aan de boomen? Zijn
er 's winters ook appelen ? Eet gij gaarne appelen ? Welke
appelen moogt gij eten?
35. De Perzik en de Abrikoos.
(Van Lummel. Istc Reeks. Plaat 17.)
Daar liggen eene perzik en eene abrikoos. Deze is
ovaal en gene is rond. Ik geloof, dat zij beiden zacht,
zoet en rijp zijn, De perzik is grooter, dan de abrikoos.
Zij zijn beiden van buiten en van binnen geel. Zij hebben
eene pit; deze is zoo hard als steen. Ik druk de perzik en
de abrikoos; ik zie, dat zij sap hebben. Ik breek haar
door en eet haar op. Zij smaken lekker. Ik eet gaarne
perziken en abrikozen, maar de pitten eet ik niet. Deze
gooi ik weg. De perzik en de abrikoos zijn geene dieren ,
maar vruchten. Noem andere vruchten! De perzik en de
abrikoos hebben eenen steel. Deze is kort en dun. De
steel zit aan eenen tak en de tak zit aan eenen boom. De
perzik groeit aan den perzikboom; de abrikoos groeit aan
den abrikozeboom. Zijn er nu perziken en abrikozen aan de
boomen? — 's Zomers zijn deze vruchten niet rijp, In den
herfst zijn zij rijp. In den winter zijn er geene perziken
en abrikozen. Deze vruchten zijn eerst groen, dan geel;