Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
IX
houden, en wel door op allerlei wijzen de aandacht op de
werkelijkheid te rigten, waardoor tevens de weg is geopend
tot de inprenting van onderscheidene taalvormen.
Om den doofstommen leerling tot bewustzijn en zelf-
standig gebruik van die taalvormen te doen komen, is
het niet genoegzaam, dat hij ze in de leeslesjes door elkander
aantreft, zij moeten, de eene voor, de andere na, bij kleine
groepen , tot oefeningen voor hem dienstbaar gemaakt worden.
Dergelijke oefeningen zijn in den regel achter ieder leeslesje
opgegeven, en de onderwijzer kan die opgaven naar de bij-
zondere behoefte en de mate van kennis zijner leerlingen
ligtelijk wijzigen en vermeerderen. Naar uitputting heeft
de schrijver opzettelijk niet getracht. Zullen namelijk de
oefeningen niet bloot werktuigelijk worden, maar het
aanleeren der taal inderdaad bevorderen , zoo is het noodig
dat de onderwijzer ze onmiddellijk leide en beziele. Slechts
hij kan beoordeelen welke voorbeelden, naast de in het
boek voorkomende, moeten gekozen worden om de taal-
vormen duidelijker voor den leerling te maken; want deels
overeenkomstig de eigenaardige omgeving, deels naar de eigen-
aardige vatbaarheid der leerlingen, zullen deze voorbeelden in
iedere school moeten verschillen.
Om het gedachteloos lezen te voorkomen, waartoe de
pas beginnende doofstomme leerlingen zoo ligt vervallen , —
zijn foutieve opgaven bij de oefeningen opgenomen , waarop
de schrijver in het bijzonder de aandacht vestigt. Zij
zijn goede toetssteenen voor de oplettendheid der leerlingen,
verraden levens ,/in welke mate het doode schrift in hen
werkzaam is" en in hoeverre zij de taal verstaan, en geven
eindelijk veelvuldige gelegenheid tot taal- en zakelijk onderwijs.
De overvloedige stof voor schriftelijke werkzaamheid, welke het
boek oplevert, zal zeker allen onderwijzers welkom zijn en wel
in het bijzonder hun, die meer dan ééne afdeeling te onder-
wijzen hebben. Voor de stille bezigheid der leerlingen in en
buiten de school kan daarvan dus veel partij getrokken worden.
In het geheele werkje is, op weinige uitzonderingen na,
slechts de eenvoudige zin en van de tijden der werkwoorden
slechts de tegenwoordige, volmaakt verh'dene en eerste toe-
komende tijd gebruikt. De andere tijden en de zamengestelde
zin behooren toch aan de hoogere trappen van het taal-
onderwijs te Vïorden overgelaten. — Tot zoover hill.
Voor onze Lees- en Taaloefeningen hebben wij aan dit
laatste nog een enkel woord toe te voegen: