Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
tlll
kennis meerdere vastheid te geven, haar te regelen en naar
omstandigheden uit te breiden.
Men zal, volgens den schrijver, dit boek met vrucht
kunnen gebruiken, nadat men met de leerlingen den eersten
cursus van werktuigelijk spreken , afzien , schrijven en lezen
heeft ten einde gebragt en hen daarnevens een aantal voor-
werpen naar kleur, vorm en verdere hoedanigiiedeii, naar
getal, toestand, werking, gebruik, enz. lieeft leeren kennen
en dit een en ander ook ten deele in woorden brengen.
Om de genoemde doeleinden te bereiken, acht hill het
noodig, om den doofstommen leerling modelstukjes (1) te
geven, die hem met zaken bekend maken, en hem
deze zaken in alle opzigten leeren beschouwen en beoordeelen,
hem aldus de taal zoowel naar inhoud als vorm levend voor-
stellen en ze hem tot eene uiterlijke en innerlijke behoefte
maken." Als zulke modelstukjes heeft men de leeslesjes
in het boekje te beschouwen. De enkele vragen, bij ieder
lesje gevoegd, zullen den leerling genoegzaam gelegenheid
geven, om zich vrij te uiten over de zaken, die in de lees-
lesjes behandeld zijn, en de onderwijzer zal hieruit zien
in hoever de leerling de leeslesjes naar zakelijken inhoud
en taal heeft begrepen.
De behandelde zaken zijn gerangschikt naar het
telkens ruimer gebied, hetwelk men met den leerling
bij het aanschouwelijk onderwijs bewandelt, en waarop men
van het nabijzijnde tot het meer verwijderde, van het bekende
tot het onbekende overgaat.
Wanneer wij verder in aanmerking nemen, vooreerst
hoe arm zulke kinderen nog zijn aan taal en tevens de geringe
magt van de doode letter, dan — zegt Hill — blijkt de noodzake-
lijkheid om een leesboek voor hpn in verband te brengen met
een stel platen, die de onderwerpen der lesjes voorstellen
en zoodoende den leerling te gemoetkomen bij het kennis-
maken met de zaak en liet verstaan van de beteekenis der
uitdrukking. Evenwel moet daarbij gezorgd worden, dat de
leerling niet uitsluitend de afbeelding in het oog houde,
maar dat hij zijne opmerkzaamheid ook op zich zelf, op
hetgeen rondom hem is en de betrekking waarin hij daartoe
staat, ,/in een woord op de hem omringende wereld" vestige.
Een vlugtige blik in het boek is genoeg om zich te
overtuigen , dat dit bijzonder vereischte in het oog is ge-
(1) Men houüe in het oog, dat dit woord in betrekkelijken zin wordt gebezigd.