Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
VII
en het leesboek bijgevolg ,/taalboek" geworden. Men acht zelfs
dit onderwijs bijna uitsluitend genoegzaam, om den leerling
de mate van taalkennis te doen verkrijgen, welke de volks-
school tot taak heeft hem aan te brengen. Daarna zegt de
schrijver, dat reeds hier en daar (1) deze weg tot hetzelfde
doel ook voor doofstommen als de meest verkieselijke is
erkend, doch dat er tot hiertoe aan een leesboek, voor
dezulken eigenaardig geschikt, behoefte heeft bestaan, waarin
hij wenscht dat zijn werkje, meer of minder, mag voorzien-
Laat hill de mate waarin het zulks doen zal, aan de beoor-
deeling zijner ambtgenooten over, hij zegt toch dit te mogen
vermelden, dat het manuscript niet alleen jaren lang tot
groote vreugde van de leerlingen der doofstommenschool te
Weissenfels gebruikt is, maar dat het ook reeds de goed-
keuring van vele deskundigen weggedragen en getoond heeft
het aanleeren der taal krachtig in de hand te werken.
Verder zegt iiill, dat men de eigenaardige zamenstel-
ling van het hoek ligtelijk zal begrijpen, indien men in
aanmerking neemt hoe laag de trap van ontwikkeling is,
waarop het doofstomme kind staat, als het zijn eerste onder-
wijs ontvangt en tevens: dat het boek tot meer dan één
doeleinde moet strekken.
Het moet als leesboek den leerling allereerst met de
schrijftaal bekend maken , hem tot ,/het doordringen der doode
letter" en tot deiiken opwekken en hem daardoor geschikt
maken om door lezen den geest te ontwikkelen.
Als taalboek heeft het daarentegen de taak //om den
leerling de taal in levende gestalte te doen aanschouwen (2),"
hem langzamerhand met hare elementaire vormen bekend, ze
hem verstaanbaar te maken, in hem een zeker taalgevoel
aan te kweeken en hem eindelijk in staat te stellen de ge-
leerde vormen zelfstandig toe te passen. Bovendien heeft
het nog ten doel , om het aanschouwelijk onderwijs, dat
afzonderlijk naast het leesonderwijs wordt gegeven , te onder-
steunen en wel door de zaken , bij eerstgenoemd onderwijs
behandeld, in zamenhang te herhalen en aldus de gewonnen
(1) Thans echter , vooral door toedoen van UltL zelf, vrij algemeen.
(2) De ineening van den schrijver zal hier beter worden verstaan,
als men in aanmerking neemt, dat hij zich klaarblijkelijk hier, zoo als bij
andere gelegenheden, tegenover die onderwijzers stelt, «die hardnekkig volhou-
den om aan den leiband der spraakkunst, van- de eene soort van woorden tot
de andere over te gaan, zonder acht te geven op de behoefte van den leerling
eu op een natuurlijk aanleeren der taal."