Boekgegevens
Titel: Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Auteur: Hill, Moritz; Hirsch, David
Uitgave: Rotterdam: Hendrik Altmann, 1864-1869
Inrigting voor doofstommen-onderwijs
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 677 D 58-60
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204859
Onderwerp: Communicatiewetenschap: lezen, Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Nederlandse taalkunde
Trefwoord: Lezen, Linguïstiek, Wandplaten, Doofstommen, Gidsen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Lees- en taaloefeningen ten dienste van doofstomme kinderen, ook geschikt ten gebruike van hoorende kinderen, in de laagste klassen der lagere school
Vorige scan Volgende scanScanned page
84.
hout, maar van ijzer. Niet de kuiper, maar de smid
heeft hen gemaakt.
OEFENINGEN.
1. Wie? Wat? Hoe?
Waaruit? Zuipt uit den emmer; drinkt uit het
glas, — uit het kopje; giet uit de flesch, enz.
Waarvan? Watdoet? ga! — gaat! enz.
Waar? enz.
2. Vragen. Noem verschillende dranken! Wat
hebt gij van morgen gedronken? Wat drinkt gij alle dagen ?
Welke drank ziet wit ? — bruin ? Wat zuipen de dieren ? Hebt
gij al eens wijn gedronken? Welke dranken maken dronken?
Wat drinken de kleine kinderen? Wat drinkt men uit
»het kopje? — uit het glas? Wat drinkt gij liever: koffij,
of melk? Wat drinkt gij het liefst? Welke dranken
kookt men? — drinkt men koud? Welken drank krijgt
men van de koeP — van de druiven? Welke dranken
heeft de lieve God geschapen? — bereiden of maken de
menschen ?
59. Het Konijn.
(Bbuqsma. Plaat IG. N». 3.)
Daar zit een konijn. Het vreet bladeren. Bladeren
zijn voeder voor het konijn. De menschen eten zulke
bladeren niet. Zij zijn geene spijs voor de menschen. Sla-
bladeren zijn wel spijs voor de menschen. Gras is voeder
voor de koeijen, ook voor de geiten, voor de schapen,
voor de paarden. Noem voeder voor de varkens! —
voor de duiven ! — voor de ganzen ! — voor de honden ! —
voor de paarden! Het konijn is een vreesachtig dier.
Het gelijkt veel op eenen haas. Konijnen en hazen
hebben scherpe tanden. Daarmede knagen zij. Zij kun-
nen hard hout door knagen. Zij zijn knaagdieren. Kent
gij nog een knaagdier ? — Het konijn heeft lange ooren en