Boekgegevens
Titel: Latinae loquendi formulae in usum scholasticum
Auteur: Dorn Seiffen, G.
Uitgave: Veteri ad Rhenum Trajectu: J.G. Broese, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3385
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204814
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Latijnse taalkunde
Trefwoord: Latijn, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Latinae loquendi formulae in usum scholasticum
Vorige scan Volgende scanScanned page
56
Sollicltare aliquem, iemand bekommerd maken.
Sollicitare servos , de slaven tol opstand aanzetten.
Sollicitare aliquem ad amicitiam, iemands vriendschap zoe-
ken te verkrijgen.
Solnta oratio, eene redevoering in prosa.
Solutus homo, een opgeruimd mensch.
Solvere, of solvere navem, hel anker ligten, ook onder
zeil gaan.
Solvere pecuniam alicui, iemand geld betalen.
Solvere poenas alicui , aan iemand straf boeten.
Solvere epistolam, eenen brief openen.
Solvere fidem, zijn looord houden, zijne beloften vervullen.
Non solvendo aere alieno est, hij kan zijne schulden niet
betalen.
Somno sopitus, in diepen slaap gevallen.
Vox non sonat hominem, de stem schijnt geene menschelijke.
Sorbêre aliquid animo, iets bij zich zeiven opslikken, verdragen.
Sortiri provinciam, het bestuur van een wingewest door het
lot verkrijgen, of bepalen.
Spargare aliquid iu vulgus , iets onder het volk verspreiden.
Spargere literas sale, zijnen brief met geestigheid opvullen.
Spectare ad defectionem, eenen afval ten doel hebben.
Spondëre praemia alicui, iemand belooningen beloven.
Spondere aliquid pro aliquo, voor iemand ergens voor borg
worden, of staan.
Starc ab, cum, of pro aliquo, het met iemand houden,
voor iemand strijden.
Stare in of adversus aliquem , tegen iemand vechten.
Stare sententia, met hel gevoelen tevreden zijn.
Sententia stat, mijn gevoelen staat vast.
Stare, of constare in sententia, bij het gevoelen blijven.
Stare pro patria, hel vaderland verdedigen.
Stat per me, quominus hoe fiat, ik ben de oorzaak, oï hel
ligt aan mij, dat dit niet gebturl.