Boekgegevens
Titel: Latinae loquendi formulae in usum scholasticum
Auteur: Dorn Seiffen, G.
Uitgave: Veteri ad Rhenum Trajectu: J.G. Broese, 1856
2e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 3385
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204814
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Latijnse taalkunde
Trefwoord: Latijn, Leermiddelen (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Latinae loquendi formulae in usum scholasticum
Vorige scan Volgende scanScanned page
22]
Facei'c contra, of ailversus aliqnom, iemand ongenegen of
tegen iemand zijn.
Faccro alicui dolorem, iemand smart veroorzaken.
Facere, of accipcre damnum, verlies of nadeel lijden.
F'acerc summam, de som opmaken.
Facere aes alienum, schulden maken.
F'acere argentariam, eene wisselbank houden.
Facere naufragium, schipbreuk lijden.
Facere auctionem, verkooping houden.
Facere vitium, bouwvallig ivorden.
Facere negotium alicui, iemand moeite aandoen.
Facere fidem alicui, iemand doen gelooven, overreden.
Facere favorem alicui, iemand gunst verschaffen.
Facere alicui gratiam criminis, iemand vergiffenis van eene
misdaad schenken.
F'acere aliquem certiorem, iemand verwittigen.
Facere aliquem missum, iemand uit zijne dienst laten gaan.
Facere aliquem magnum, iemand groot maken.
Facere aliquem magni, iemand hoog achten.
Facere periculum rei, of in re, eene zaak beproeven.
Facere nihil reliquum, of reliqui, niets overig laten, of
maken dat niets ontbreekt.
Quid facias hoc homine? Hoe zoudt gij dezen mensch behandelen'?
Quid facias illi? Wat zoudt gij met hem beginnen?
Fac ita esse, stel eens, dat het zoo is of was.
Fallaciam fallacia pellcre, list tegen list gebndken.
FallOre fidem, zijn ivoord niet houden.
Fallendi temporis caussa, idt tijdverdrijf.
Non me fallit, het is mij niet onbekend.
Spes cum fallit, hij tvordl in zijne hoop bedrogen.
Fama potior est, quam divitiae, een goeden naam is beter
dan schatten.
Fastidire preces alicuius, iemands beden versmaden, oï er
van tifkeerig zijn