Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
66
Schouderhoogte.
5. Hangstand voorlings met vlugge passen. De voeten
worden 2 ä 3 passen vóór de loodlijn, die van de
stilhangende ringen naar beneden valt, geplaatst.
6. Hangstand ruglings met vlugge passen achterwaarts.
7. Hangstand zydelings (1. en r.) met vlugge passen zijwaarts.
8. Herhaling van oef. 1—6 met de ringen op borsthoogte.
9. Herhaling van oef. 1—7 met verschillende beenoefe-
ningen (zie rek).
Reikhoogte.
10. Op de teenen staande de ringen vast en verschillende
voet- en beenoefeningen.
11. Als oef. 10 en de beenen gelijktijdig vluchtig van
den grond heffen, buigen, spreiden of kruisen, waar-
door de leerling telkens in vluchtigen strekhang komt.
12. Als oet. 10, doch eenige bekende passen op de plaats
uitvoeren.
13. Als oef. 10, met beurtehngs armwippen.
14. Als oef. 10, met gelyktydig armwippen.
15. Als oef. 10, doch de beenen twéé of vier tellen in
de eene of andere houding brengen en vervolgens weer
op den grond plaatsen.
Gestrekt hangen zonder en met beenhoudingen en bewegingen.
Spronghoogte.
16. Opspringen tot strekhang en onmiddellijk afspringen.
17. Opspringen tot strekhang en 4 tellen in dien hang ver-
blijven , daarna neerspringen en 4 tellen in den stand.
18 Opspringen tot strekhang (4 tellen) en te gelykertijd
de beenen achterwaarts buigen (onderbeen buigen), bij
het neerspringen de beenen strekken.