Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
49
EVEN WICHTS - OEFENINGEN.
De toestellen voor de evenwiclits oefeningen kunnen
onderscheiden in:
A. de evenwichtslat en
B. den evenwichtsbooni (boegspriet).
De eerste is racer eigenaardig voor meisjes en kleine
jongens en de tweede voor grootere jongens (6e schooljaar)
geschikt.
Het evenwichtstoestel is zeer aan te bevelen omdat het
de spieren oejent en ontwikkelt welke het lichaam in den
loodrechten stand houden, benevens de spieren van het been
en den voet. Bovendien bieden de oefeningen op de even-
wichts-toestellen den onderwijzer inzonderheid de gelegenheid
aan de leerlingen te oefenen in zelfbeheersching en moed.
Van de evenwichtsboomen behooren (by klassen van
30 a 40 leerlingen) minstens drie stuks aanwezig te zijn.
Zij zijn ongeveer 25 c.]M. dik, 4 a 5 M. lang en worden
op lage, uitgeholde blokjes of op verstelbare schraagjes
geplaatst.
Van de evenwichtslatten behooren 4 stuks aanwezig te
zijn; zij zijn 4 M. lang, 1 d.M. hoog, 7 a 8 c.M. breed en
liggen op drie klosjes bevestigd, ongeveer 1 d.M. van den
grond.
De latten zijn aan de bovenzijde cenigszins afgerond.
De voorbereidende oefeningen — het op-, af- en over-
stappen, benevens de standcefeningen op de lat — worden
onderwezen terwyl de leerlingen tusschen de latten geplaatst
zijn.
De latten worden daartoe op gelyke afstanden — onge-
veer 60 a 70 c. ]N1. — van elkaar paralel op den grond
geplaatst (zie fig. 7).
4