Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
43
De sprong in de hoogte tot 7 d.M. bij jongens en tot
5Y2 d.M. bij meisjes.
ZESDE SCHOOLJAAR.
A. De sprong in de hoogte en in de verte.
Herhaling der oefeningen uit het 5e schooljaar met hoo-
ger stellen van het touw (maximum 8 d.M. bij jongens en
6 d.M. bij meisjes) bij het hoogspringen en met verder
plaatsen van de plank (maximum 2.25 M. voor jongens en
1.50 M. voor meisjes) bij het ver-springen.
B. (J.) Hoog-ver-springen.
Het touw hierbij niet hooger dan 6 d.M. en de plank
niet verder dan 1.25 M. van de matras. {Meisjes nemen
Meiwaan geen deel,)
C. Diep-springen,
Het diep-springen, waarvoor de onderwijzer plankjes
aan de vertikale of schuine ladders kan bevestigen, mag
niet dieper dan 1.80 M. worden beoefend.
Overigens kunnen verschillende reeds vroeger aangege-
ven oefeningen ook aan het diep-springen verbonden worden.
Het neerkomen kan ook met of Yg draai verbonden
worden.