Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
41
18e oef. Zijwaarts springen en onder het. neerkomen y^
draai links of rechts.
19e „ Oef. 17 en 18 in verbinding met armhoudingen.
20e „ Oef. 17, doch bij het neerkomen '/a draai links
of rechts.
21e „ Oaf. 17 en 18 voorafgegaan door één of meer
voorsprongen (zie oef. 5).
B. De sprong in de verte met afstooten van één voet.
De plank ligt ongeveer 1 M. van de matras.
22e oef. Sprong voorwaarts met links afstooten uit den
schredestand links. Op een pas afstand van de
plank staande, eerst den rechter en daarna den
linker voet vooruit plaatsen en met dezen laatsteji
voet afstooten.
23e „ Dezelfde oef. met rechts afstooten uit den schre-
destand rechts.
24o „ Op twee passen afstand van de plank staande
links afstooten uit den schredestand rechts.
25e „ Als oef. 24, doch rechts afstooten uit den schre-
destand links.
26e „ Met een willekeurig aantal passen aanloopen, doch
met een vooraf bepaalden voet afstooten.
Opmerking. Bij oef. 26 kan de afstand tusschen plank en
matras voor jongens tot 1.5 M. worden uitgestrekt,
C. De sprong in de hoogte met gesloten voeten.
Zie oef. 17—20 van het springen in de verte. Het touw
tot een hoogte van 5 d.M.; voor meisjes 1 d.M. lager.
D. De sprong in de hoogte met afstooten van één voet.
Zie oef. 22—26 van het springen in de verte. Het touw tot
een hoogte van 6 d.M. bij oef. 26; voor meisjes 1 d.M. lager.