Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
37
matrassen bepalen de plaats van neerkomen, dienen tevens
om den schok van den neersprong te breken en voorkomen
letsel bij een mislukte neersprong. De standaards hebben
een lengte van 1.50 — 2 M. (voor oudere leerlingen van
2 — 3 M.) en eene dikte en breedte van 4 a 5 c.M. Zij
zijn aan de onderzijde in een rond of kruisvormig voetstuk
bevestigd, dat voldoende zwaar behoort te zijn om kantelen
te voorkomen. Op afstanden van 5 c.M. zijn gaatjes aange-
bracht, waarin de pen van een ijzeren toestelletje waarop
de springlija rust, grijpt.
De springlijn is ongeveer M. lang, in het midden
voorzien van een vierkant stukje leder en de einden van
lederen zandzakjes.
De sprong wordt verdeeld in:
A. Den afstoot^ B. het zweven en C de neersprong.
De afstoot heeft plaats óf met beide of met één der
voeten. De onderwijzer zorge hierbij voor eene gelijkmatige
oefening van het linker- en rechterbeen en voor een veer-
krachtigen afstoot met beide of met één der voethallen.
Gedurende het zweven zijn
de knieën opgetrokken en dc
hielen gesloten en worden de
beenen op het doode punt (val-
hoogte) krachtig voorwaarts om-
laag gestrekt, (fig. 1.)
Het neerkomen geschiedt op
de ballen der voeten met een
gelijktydig half buigen der bee-
nen (halve beenenbuiging), de
armen zijn hierbij voorwaarts
geheven en de romp eenigszins voorovergebogen, gevolgd
door een krachtig strekken der beenen met omlaag zwaaien
van de armen.
Fi-. 1.