Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
35
3. Het dalen, met de beenen aan één stok, moet steeds met
opgetrokken knieën geschieden.
4. Klimoefeningen moeten nu en dan door andere, minder in-
spannende bewegingen aan het klimtoestel, worden afgewisseld.
Ten slotte wensch ik nog eenige wenken te geven, bij het
onderwijs in springen in acht te nemen.
Geene leerlingen welke gebreken hebben of lijdende zijn
aan ziekten der onderste ledematen, heup of inwendige organen
mogen aan het onderwijs in 't springen deelnemen, ja zelfs zullen
vele dier leerlingen in 't algemeen van toestel onderwijs moeten
worden vrijgesteld.
2. Kinderen met een liesbreuk (mits voorzien van een goed
sluitenden band) zullen slechts aan die springoefeningen mogen
deelnemen, welke met gesloten voeten worden uitgevoerd, behalve
het beenspreidend bokspringen.
3. Vrijgesteld van springen worden alle leerlingen, die lijdende
zijn aan hoofdpijn of met aanleg tot neusbloeding.
4. Bij meisjes mag het springen zich nooit uitstrekken tot den
beogen of verren sprong,
5. Kampspringen mag bij jeugdige leerlingen en bij meisjes
nooit en bij oudere jongens slechts bij uitzondering worden beoefend.
6. De regelen van afstoot en neersprong (zie pag. 37 en 38)
moet streng worden gehandhaafd.
Voor verdere bijzonderheden, plaats van den onderwijzer enz.
zie hoofdstuk ^^Hulpvcrleenen",