Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
33
broekspijpen en idem handen; trouwens ieder gymnastiek-onder-
wijzer weet, dat de jongens en ook de meisjes graag klimmen."......
„Zoolang de jongens en meisjes nog wezenlijk kinderen zijn,
blijven klim- en springoefeningen het meest in trek. Kan 't ook
anders? Wie heeft in zijne jeugd niet wel eens een nestje, een
vlieger of een pet uit een boom of lantaarnpaal gehaald ? Wie
heeft nooit slootje of haasje-over gesprongen?"
Nog eens: klimmen en springen is natuurlijke en tevens zeer
nuttige gymnastiek en is met zwemmen op eene lijn te stellen,
niet alleen om de groote waarde voor lichaam en geest, maar
ook omdat het dikwijls in 't leven kan te pas komen, dat sprin-
gen of klimmen of zwemmen onmisbaar is om ons zelf of onze
medemenschen uit verlegenheid of gevaar te redden.
„Sluiten wij echter niet de oogen voor de schaduwzijde vooral
aan het klimmen verbonden want, is klimmen nuttig en noodig,
het is ook gevaarlijk, zeer gevaarlijk!
„Door enkele specialiteiten op 't gebied van Gymnastiek is er
reeds vroeger op gewezen dat, het klimmen en vooral het over-
matig klimmen aan eén stok met handen en beenen, bij vele jon-
gens en vooral bij zwakke geslachtsdrift kan opwekken.".......
„Ieder, die maar even nadenkt, zal het wel volkomen eens zijn,
dat bij het stijgen geen gevaar bestaat voor bovengenoemd ver-
schijnsel; in de eerste plaats omdat de geest der jongens dan te
veel is ingespannen tot bereiking van het doel en in de tweede
plaats omdat het lichaam, door het herhaald buigen der beenen,
niet voortdurend den stok raakt. Niet in 't stijgen, maar
in 't dalen schuilt het gevaar!"
„Hebben de jongens eenmaal het boveneind der klimstang be-
reikt, dan zijn de meesten uitgeput en knijpen daardoor bij het
dalen de stang vast tusschen de beenen, waardoor de geslachts-
deelen in onmiddellijke aanraking komen met de stang. Nu is de
3