Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
28
De klassikale vorm is voor de lagere en de middelbare school
de meest gewensehte. Zij is ook de meest wetenschappelijke, om-
dat de verdceling der oefeningsstof dan berust op den leeftijd der
leerlingen, waardoor overspanning en nadeel bijna onmogelijk
worden.
Hoewel dus de klassikale vorm regel is, zal in bijzondere ge-
vallen wel eens daaivan afgeweken moeten worden -, bijv. indien
de leerlingen, tot belooning voor ijverig turnen, eene oefening
naar keuze mogen doen. Ook bij turnklassen uit meerdere school-
klassen samengesteld, zooals dat in scholen met een beperkt
aantal leerlingen kan voorkomen, zal van den klassikalen vorm
moeten worden afgeweken en het onderwijs hoofdelijk of afdee-
lingsgewijze dienen gegeven te worden. Hoofdelijk is zulk onder-
wijs, wanneer met het oog op de verschillende leeftijden der
leerlingen, verschillende oefeningen aan hetzelfde toestel of aan
verschillende toestellen worden onderwezen; of indien door eén
of door enkele leerlingen, geen bepaalde turnklas vormende, ver-
schillende oefeningen worden uitgevoerd.
Het afdeelingsturnen is voor de school bepaald af te keuren
en behoort meer eigenaardig in de turnvereenigingen te huis. Het
is daar zelfs noodzakelijk, omdat zulk eene vereeniging gewoon-
lijk uit zeer geoefende en totaal ongeoefende leden is samenge-
steld. Bij elk dezer afdeelingen treedt een geoefend turner als
voorwerker fvoortunier) op, waarvoor gewoonlijk de oudere en
meest geachte leden worden gekozen. Dergelijke functies worden
in den regel als eereposten beschouwd en zijn in werkelijkheid
de moeilijkste betrekkingen, welke men in eene vereeniging den
leden kan opdragen. De verantwoordelijkheid aan zulk een post
verbonden is te groot om op de schouders van een schooljongen
gelegd te kunnen worden. Ieder paedagoog zal ons dit onmiddel-
lijk toestemmen. Jongelieden beneden IS jaar hebben in deze