Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
w

den weg der oefening om bestaaniageyaren flink te kunnen bestiij-
den en aan het gevaar het\ gevaar te ontnemen. Als knaap
is hun karakter gevormd aan rek Vn ringen, aan harren en lad-
ders, zoowel als gang en houding, sra|cui»'''lfiaatgevoel door vrije
en orde-oefeningen tot volkomenheid werden gebracht. Als jonge-
lingen en mannen zijn zij voortgeschreden op die baan en de
voortreffelijke uitkomsten van eene gedurige voortzetting der gym-
nastiek vinden we op onze turnfeesten terug.
„Ja, de kiemen voor moed, voor zelfstandigheid, voor volharding
tot overwinning van bezwaren moeten ontwikkeld worden; het
durven omdat men zich zijn kracht, zijn meesterschap over de
stof, zijn lichaam, bewust is, moet aangekweekt worden; de vrees
om eenig letsel te krijgen; de bangheid dat eenige inspanning
pijn zal doen (een kwaal die tot verwijfdheid, tot levenslange
zelfmarteling leidt), moet vernietigd worden door kloekheid, door
vastberadenheid.
„Knoken als rotsen, spieren als staal, zenuwen als kabels met
een hart als goud, ziedaar wat onze gymnastiek bedoelt, en niet
kan verkregen worden door het papperlapapstelsel, dat in Neder-
land sommige toongevers wenschen in navolging van het lang
veroordeelde Belgische Staats-schoolturnonderwijs.*'
AVat zal ik hier verder nog bijvoegen?
Mijn ondervinding en die van vele Collega's waarmede ik in
aanraking kwam gedurende mijn loopbaan als gymnastiek-onder-
wijzer heeft mij geleerd, dat het onderwijs in v r ij e en o r d e-
oefeningen den leerlingen op den duur niet bevredigt. De boog is
hierbij te veel gespannen. Deze oefeningen geven zoo in 't geheel
geene bevrediging voor het willen en kunnen van het kind. Zij
eischen over 't algemeen weinig krachts- doch veel geestesin-
spanning en zgn daarentegen op den langen duur vermoei-
end voor geest en lichaam beide.
2