Boekgegevens
Titel: De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Auteur: Boom, J.A. van der
Uitgave: Haarlem: H.D. Tjeenk Willink & zoon, 1892 *
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: Obr. 2024
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204803
Onderwerp: Pedagogiek: lichamelijke opvoeding
Trefwoord: Gymnastiektoestellen, Oefeningen, Vakdidactiek
* jaar van uitgave niet op de gebruikelijke wijze verkregen, mogelijk betreft het een schatting
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   De toesteloefeningen voor de lagere school: theoretisch-praktische handleiding voor het onderwijs in toesteloefeningen aan jongens en meisjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
12
,,Ook tusschen éénzijdig en alzijdig geoefenden wordt dit
verschil — hoewel minder scherp geteekend — waargenomen.
Dit toont bijv. de vergelijking van jongelieden, die in eenzijdig
bewegingsspel en sport van allerlei soort geoefend zijn, met onze,
in alzijdige lichaamsoefeningen goed geoefende turners.
j,Niemand, die niet de lichaamsbedrevenheid tot zijn uitsluitend
levensberoep gemaakt heeft, overtreft bedoelde turners in de
volledige ten toon spreiding van lichamelijke bekwaamheid en
welgemaaktheid.
,,Moest het nu niet tot de eerste vereischten van de opvoeding
der jeugd behooren, de massa der leerlingen, ook met betrekking
tot het lichaam het ideaal der volkomenheid zooveel mogelijk te
doen nabij komen?"..............
,,^Ioct het dan voor het toekomstige beroepsleven, enf tot
mogelijke inspanning in het leven van den mensch in het alge-
meen, van zoo weinig bcteekenis geacht worden, ja zelfs onnpodig
schijnen, hem zoowel door lichamelijk als door veistanäelijk
onderwijs, op alle gebeurtenissen naar de mate van zijn aanleg
voor te bereiden?" ^
„Zou het inderdaad voor onze tegen w ƒ0 rdige
omstandigheden voldoende zijn, de lichaams-
oefening slechts in zooverre tot onderwerp
der schoolop voeding te maken, als voor gezond-
heidsdoel o n v c r m ij d e 1 ij k s c h ij u t ?"
„Zeker is de geestelijke ontwikkeling op zichzelf van veel meer
belang dan de lichamelijke wat waarde en nut betreft voor onze
tegenwoordige toestanden in het staats- en beroepsleven en het
gezellig verkeer; doch het is geen vraag, dat de vereeniging
van beide weder van meer waarde is, dan ieder afzonderlijk.
„Het mag met grond beweerd worden, dat elk dezer twee aan
de andere ten goede komt, d.w.z, dat de geestelijke vorming