Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
84
lijk; »Want," zeide zij, »wie zou dan mijne
lieve moeder, aan,wie ik alles Ie danken heb,
oppassen en goeddoen? Ik zou overvloed keb-
ben, en mijne goede moeder gebrek lijden?
Neen, dat kan niet. Ik wil voor haar zorgen,
zoo goed ik maar kan ; ik zal haar niet verge-
ten, en de goede God, die voor alle menschen
zorgt, zal ook ons niet vergeten." Was dat
niet braaf van Klaartje, lieve kinderen? De
jufvrouw hoorde dit, en zorgde nu voor Klaar-
tje en hare moeder beide.
5B. Xijt voorsigtig , ooie in
hef stoeiien!
Hendrika was bezig met appelen klaar te
maken; zij was alleen in de kamer. Haar
broeder Christiaan komt uit de school, en
ziende, dat zijne'zuster appelen heeft, vraagt
hij haar om eenen appel. Hesdrika weigert
al schertsende, hem, zijnen zin te geven.
Christiaan houdt aan met vragen en Hendrika
met weigeren. Beiden raken aan het stoeijen.
Op eens geeft Chri[stiaan een gil en het bloed
stroomt hem uit den arm. Wat -was er ge-