Boekgegevens
Titel: Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Auteur: Goeverneur, J.J.A.
Uitgave: Groningen: A.L. Scholtens, 1853
4e dr
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 678 E 85
URL: http://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204743
Onderwerp: Pedagogiek: ethische vorming (pedagogiek)
Trefwoord: Deugden, Kinderverhalen (teksten)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Grootvader Jakob en zijne kleinkinderen: een vervolg op Vader Jakob en zijne kindertjes
Vorige scan Volgende scanScanned page
79
weet gij reeds, kinderen! maar wat hij gebraikt
had, zal ik u zeggen. Rabarber met siroop
gemengd. Daarvan moest zijn vader des mor-
gens iets gebruiken, en Aresd's snoeplust had
er zóó veel van genomen, als zijn vader in
drie keeren nam. Nu kunt gij begrijpen, dat
hij hevige buikpijn kreeg. Hij werd er zelfs
ziek van, en moest vier dagen te huis blijven
en hevige pijn lijden. Dat had hij zich zeiven
te wijten.
SA. Beintje en Mtoosje.
Hiistii.
Neen, Koosje! neen, dat past u niet,
Gij moet gehoorzaam wezen ;
Pluk geene onrijpe vruchten af,
Want anders moet gij vreezen,
Dat vader u daarvoor kastijdt.
Dewijl gij ongehoorzaam zijt.
Koosji.
Neen , Heiktje ! daarvoor vrees ik niet,
Of wilt gij mij verklappen?
Daar vader straks uit wandlen ging ,
Zal hij mij niet betrappen;